Bachtenwalle

De naam herinnert aan het gebied, gelegen achter de zogenaamde "Ser Sanderswalle" of later Prinsenhof. Rond 1860 afgelijnde straat langs de Lieve, leidende van het Prinsenhof naar de Begijnhoflaan.

Naast enkele doorsnee 19de-eeuwse burgerhuizen (nummers 3, 4-5) met heden ontpleisterde voorgevels wordt het straatbeeld volledig bepaald door de voormalige textielfabriek Van Acker-Vanden Broecke. Deze is ontstaan circa 1825, en vanaf 1850-1851 werd het een spinnerij en weverij; sedert het einde van de 19de eeuw in handen van de textielfamilie Van Acker-Vanden Broecke.

Van de oorspronkelijke gebouwen uit begin 19de eeuw rest hoogstwaarschijnlijk niets meer; de oudste constructie betreft de vierkante met ijzeren banden versterkte fabrieksschouw (1850).

In 1896 kreeg het bedrijf grotendeels zijn huidig uitzicht. De typische twee- en vierlaagse spinnerij aan Bachtenwalle werd gesloopt, en het fabrieksterrein bijna volledig volgebouwd met de thans nog bestaande eenlaagse raekemhallen, en met een eentonige ruw gecementeerde gevel aan straatzijde. Achter de toegangspoort bevindt zich nog een weegbrug met houten brugdek, en rechts daarvan in kleinere dienstgebouwtjes het weegtoestel (balans op gietijzeren gecanneleerde zuil, vermoedelijk einde 19de-eeuws) en een smidse.

Het bedrijf werd in 1976 door de stad Gent aangekocht met het oog op de vestiging van een Museum voor Industriële Archeologie en Textiel.

In 1540 strafte Keizer Karel de Gentenaars omdat ze weigerden belastingen te betalen. Ze moesten blootsvoets en met een strop om de hals knielen voor de keizer. Deze man knielt niet nederig, maar draagt de strop met fierheid. De Stroppendrager symboliseert het koppige karakter van de Gentenaars. Het knipoogje naar de geschiedenis is duidelijk. Het beeld houdt één arm achter de rug. Als teken van verachting houdt hij de duim tussen wijs- en middelvinger. Het beeld is een ontwerp van de Gentse kunstenaar Chris De Mangel en is omgeven door een heuvelig grasveldje. Het is afgebakend door een gebouw met industriële toren. Dit alles doet terugdenken aan het rijke industriële verleden. Het gebouw doet niet langer dienst binnen de textielindustrie, maar u ziet restanten van mooi bewaard gebleven industriële archeologie.