Griendeplein

Plein gelegen achter het Rabot met als enig belangrijk element de textielfabriek die tevens aan de basis ligt voor de ontwikkeling van de zogenaamd "Rabotwijk".
Voormalige katoenfabriek De Smet, later zogenaamd "La Louisiane". Het eerste bedrijf, de katoendrukkerij van François De Smet, werd opgericht in 1799, juist buiten de toenmalige stadsvest aan het Rabot en in de buurt van een Leietak en de oude Lieve.Reeds uitbreidingen in 1803, 1804, 1810 en in 1811 oprichting van een katoenspinnerij zogenaamd "La Louisiane" met mechanieken geleverd door L. Bauwens. In 1820 drijfkracht door middel van een stoommachine. In 1826 oprichting van een gelijknamige katoenweverij en blekerij. Belangrijke vergrotingswerken circa 1840. Wordt in 1875 N.V. "La Louisiane". Eind 19de en begin 20ste eeuw opnieuw uitbreiding van het complex. In 1932 onder beheer van J. Voortman van de N.V. "Texas". Door fusie met laatst genoemde in 1957 nieuwe benaming "N.V. Loutex". In 1967 fusie met N.V. UCO. Stopzetting van het bedrijf en aangekocht door het bisdom Gent voor de inrichting van de technische school KIHO, sedert 1979 in gebruik genomen. Van de oude technische fabrieksinstallatie bleef niets bewaard, de gebouwen zijn verlaten en met sloping bedreigd.
De oudste gebouwen bevinden zich in de bocht van de Victor Frisstraat. Volgens bouwaanvraag van 1802, gesigneerd Josse Fermandt, oprichting van een katoendrukkerij met gevel in neoclassicistische stijl van elf traveeën en twee bouwlagen onder schilddak. Rechthoekige centrale poort en twee zijrisalieten van twee traveeën afgelijnd door hoekbanden. Met uitzondering van de halfronde venstertjes op de gelijkvloerse verdieping van de zijrisalieten, rechthoekige vensters, op de bovenverdieping met doorlopende lekdrempels. Thans drie bouwlagen hoog met gedichte vensters op de tweede bouwlaag.
Links ervan, voormalige spinnerij (?) en magazijn, lange lijstgevel van zeventien traveeën en drie bouwlagen met rechthoekige vensters op lekdrempels. Op penanten rozetankers. Oorspronkelijk één bouwlaag en tien traveeën met linker poorttravee daterend van 1804, reeds in 1810 onder leiding van J.B. Van de Cappelle verbouwd. De aanvankelijk halve benedenvensters werden verlaagd in 1853 en verhoogd in 1900. In 1838 aanvulling van de gevel met vier traveeën. Aan de achterzijde reeds midden 19de eeuw met talrijke aanbouwsels. Circa 1910 wordt de achterbouw (met atelier) uniform gemaakt en vermoedelijk van een bovenverdieping voorzien.
Nog bestaande aanbouwsels van voor 1860 overwelfd met zadeldaken met houten hangspant.
De oude weverij dateert van 1826, wederopgebouwd in 1840-41, werd aan de noord- en zuidkant vergroot in 1860 en aan de westkant uitbreiding onder raekemdaken in 1882.
Oudste, oostelijke gevel met gedichte rondboogvormige muuropeningen waartussen rozetankers, verhoogd met vlakke blinde bovenverdieping onder plat dak. Dicht bij recentere uitsprong behouden traveeën onder raekemdaken en drie vensters met metalen roedeverdeling in empire getinte stijl.
De uitbreiding van 1860 vertoont aan de zuidkant een gevel van drie bouwlagen met op bovenverdieping gedichte rondbogen. De gevels toegevoegd in 1882 zijn blind en afgewerkt met rondboogfries. Aan de zuidkant drie topgevels onder zadeldaken met opengewerkte benedenverdieping en gedichte bovenbouw. Aan de westkant met dezelfde metalen roedeverdeling als hierboven.

Bij het verzamelen van foto’s en documentatiemateriaal heb ik onder andere gebruik gemaakt van beeldmateriaal uit de collectie van archief Gent. Via onderstaande link kom je op hun uitgebreide site:

https://beeldbank.stad.gent/

Voor de beschrijving van huizen en straten verwijs ik naar

https://beeldbank.onroerenderfgoed.be/images?text=gent