Donkersteeg

De Donkersteeg is een smal gebogen straatje dat uitmondt op de Koornmarkt waar de middeleeuwse graanmarkt plaats vond. De oude Franse benaming "rue du Paradis" zou ontleend zijn aan de herberg "Het Hemelrijck" of Hotel du Paradis, het huidige nummer 2. Vervolgens kreeg het de naam van Hemelrijkstraat. De naam Donkersteeg zou afkomstig zijn van het weinige licht dat deze ligging bereiken kon, mede door de vele luifels en het eerste verdiep dat eertijds uitstak.Alhoewel dit straatje voornamelijk oude kernen bevat, die zelfs zouden opklimmen tot de  11de eeuw, wordt het huidige straatbeeld bepaald door bepleisterde en witgeschilderde lijstgevels uit het eerste helft van de 19de eeuw met verspringende kroonlijsten. Thans pittoresk winkelstraatje. De toegang tot een doodlopend steegje met vervallen woningen en achterhuizen, genaamd de Paradijszak, wordt gevormd door een zeer verweerd poortje van circa 1500 (tussen nummer 22 en 24

De Donkersteeg was gekend voor zijn vele eethuizen en herbergen. Tijdens de Gentse Feesten was het dan ook traditie er mosselen met friet te gaan eten. Al dateert dit gebruik van ver voor de Eerste Wereldoorlog toen welstellenden zich deze weelde konden veroorloven en de doorsnee Gentenaar enkel de Donkersteeg bezocht om dit te aanschouwen.