Bisdomplein

Dit plein ligt voor een groot deel op het vroegere Sint-Janskerkhof, aanvankelijk zogenaamd "Wijden Aard" den Sint-Baafsplein en tenslotte Bisdomplaats en Bisdomplein genoemd, samen met de opbouw van het bisschoppelijk paleis, dat een groot deel van het plein in beslag nam.
Open plein, langs de oostzijde oorspronkelijk begrensd door de Nederschelde, gedempt in 1960. Nieuwe aanleg in de loop van de 19de, eerste kwart 20ste eeuw met het optrekken van grote complexen in verschillende neostijlen. In het westen gedomineerd door het neogotisch bisschoppelijk paleis, ten zuiden de monumentale neoclassicistische gebouwen van de Nationale Bank en tenslotte de empire-getinte en neoclassicistische gebouwen van het provinciebestuur
In de tweede helft van de 9e eeuw trof men hier de Wijdenaard aan, toen de voornaamste haven aan de Schelde. Voorafgaand aan de bouw van de St.-Janskerk (St.-Baafskathedraal) in 942 en het Geeraerd de Duivelsteen eind dertiende eeuw moet deze losplaats een veel grotere oppervlakte in beslag hebben genomen.
In de directe omgeving lagen trouwens nog 2 havens nl. de Wandelaard en de Betsaard. Aan de huidige St.-Jansvest lag de Wandelaardhaven alwaar sinds de 14e eeuw het kasteel Wandelaard was gevestigd. Aan het oosteinde van de huidige Bisdomkaai lag de Betsaard, zo genoemd naar de Gentse familie Bette.
Aanvankelijk was dit een gemeenschappelijk weideland, een “gemene”, maar door het toenemende handelsverkeer veranderde de omgeving in een druk bezochte aanlegplaats.

“Aard” had de betekenis van aanlegplaats en “wijd” sloeg op de belangrijkheid van de plaats. “Grooten oever om te lossen” gold als één der eerste verklaringen. Het handelsgebeuren rond deze havenplaats zorgde voor een aanzienlijke groei van de oudste middeleeuwse stadskern. In de volgende eeuwen verplaatste de handelstrafiek zich naar de Graslei.
Door deze evolutie verloor “Wijdenaard” zijn betekenis, veranderde in de 15e eeuw naar “Wienaert” en vervolgens “Wijngaard”, net zoals de nabijgelegen “Wijngaardbrug” die voor de verbinding zorgde met de wijk Overschelde. De brug verdween in 1950 na demping van de Reep.

Het plein ligt voor een groot deel op het vroegere St.-Janskerkhof dat zich uitstrekte tot aan het koor van de St.-Baafskathedraal vergezeld van een rij huizen. Eind 18e eeuw, meer bepaald 1784, besloot Keizer Jozef II alle kerkhoven in de steden om hygiënische redenen af te schaffen.
Op deze plaats rondom het koorhoofd van de kathedraal werd in 1842 het paleis voor de bisschop opgetrokken in neogotische stijl dat nu nog dienst doet als administratief onderkomen van het bisdom.
Op de hoek met de Hoofdkerkstraat treffen wij het Kapittelhuis aan. Het stamt uit 1581 en doet dienst als sacristie van de kerk, de kleed- en bewaarruimte tot nut van een kerkelijke dienst.
Waar aan de zuidkant van dit pleintje in 1904 de Nationale Bank een nieuwbouw optrok, richtte Lieven van Pottelsberghe in 1519 een private armenschool op, sinds 1611 het “knechtjeshuis” of “kuldersschool” (naar het lederen wambuis die de jongens tot 1778 droegen) genoemd. Op 15 juli 1873 verhuisden de wezen naar de Martelaarslaan. Dit “weeshuis van de blauwe jongens” verdween in 1897.

Bij afbraak werd de beschrijving van een oud volkslied bewaard :

Op de Wyngaerdbrugge
Ofte daer omtrent,
Daer staen twee steenen mannekens,
Al by de Maegd van Ghent,
Zy staen daer zeer gelant
Met het hoedje in de hand.
’t Zijn de schoonste Spanjoletten van  ons land

Van 1869 tot 1963 sloten de Gentse kulderkes volgens traditie de Gentse Feesten af. De Rodelijvekensstraat verwijst naar de kleding die de Gentse weesmeisjes droegen nl. een blauw rokje en een rood “lijveke”. In 1984 sloot het laatste weeshuis zijn deuren.
In 1960 werd de Reep dichtgegooid. Doch is men volop bezig dit waterkanaal te herstellen.

De Reep ligt al sinds het najaar – eindelijk – terug open, maar nu is ook de hele omgeving rond deze nieuwe publiekstrekker klaar. Het Bisdompleintje is eindelijk een echt plein, dat uitnodigt om er te gaan zitten.
Het Bisdomplein was vroeger niks meer dan een veredelde parkeerplaats, net als de Reep zelf overigens. Maar daar is vandaag niks meer van te merken. Sinds oktober stroomt er weer water door de Reep, en sinds kort is ook het Bisdompleintje helemaal afgewerkt. En dat ziet er schitterend uit. Het is eindelijk een écht plein, met een paar bomen en bankjes die uitnodigen om er in alle rust van de stad te genieten. De hele site wordt ongetwijfeld een nieuwe trekpleister op mooie dagen.
De archeologische opgravingen aan het Bisomplein hebben een deel van het zogenaamde ‘Kuldershuis’ bloot gelegd. Dat weeshuis werd rond 1900 afgebroken en vervangen door een gebouw van de nationale bank.
Dat een deel van het gebouw voor weesjongetjes (kulders) opduikt, is geen verrassing voor de archeologen. Dit weeshuis werd rond 1620 opgericht door de aartshertogen Albrecht en Isabella in een statig gebouw. Voor de afbraak zijn er nog een aantal foto’s van genomen en het pand is ook te zien op oude schilderijen. Men weet dus precies hoe het er uit zag.
De funderingen en vloeren van het weeshuis worden nu in kaart gebracht en zullen verwijderd worden. Het tracé voor de nieuwe riolen ligt op die plaats.
De archeologen hebben meer interesse in wat nog dieper verborgen ligt. Er zijn sterke vermoedens dat de oever van de Schelde vroeger meer stadinwaarts lag. Daarvan kunnen nog sporen te vinden zijn onder het Bisdomplein. De opgravingen nemen zo’n drie weken in beslag. Het Bisdomplein wordt samen met de Bisdomkaai en de Reep volledig heraangelegd. (EDG)

 

Bij het verzamelen van foto’s en documentatiemateriaal heb ik onder andere gebruik gemaakt van beeldmateriaal uit de collectie van archief Gent. Via onderstaande link kom je op hun uitgebreide site:

https://beeldbank.stad.gent/

Voor de beschrijving van huizen en straten verwijs ik naar
https://beeldbank.onroerenderfgoed.be/images?text=gent