De Morisken, beeldhouwwerken van Walter De Buck (1992),
Op 't alêwe metseloarshuis
ès uldere vaste thuis
Onbeweeglijk stoan zij doar
moar sierlijk in geboar
Zes dansers special geklied
ge zoe pijze ze stoan geried
Om sierlijk zot rond te danse
heloas hêmme gien chanche
gegoten in brons en vastgezet
wordt danse ulder belet
De Morisken, beeldhouwwerken van Walter De Buck (1992), op de hogels van het metselaarshuis.
De Moriskendans of Morrisdans is de benaming voor verschillende dansen zowel in tweedelige als driedelige maat, oorspronkelijk een zwaarddans, later als volksdans uitsluitend door mannen. Het was een sterk pantomimische dans; de dansers waren vaak als Moren vermomd en droegen belletjes aan hun kostuum
Essentieel ging het om een verkleed dans- en kluchtspel (sotterie-zotternij), dat diende tot vermaak aan prinselijke hoven. Verklede personages voerden wilde dansen uit rond een burlesk thema. Rond een arm volksmeisje verkleed als Moorse of Bourgondische edele jonkvrouw springen verklede jonkers, pretendenten, wild in het rond; er is de nar, de boer, de wildeman, de muzikant, de verklede monnik, al dan niet met belletjes rond lenden en benen. Het dansdeuntje komt van een eenhand-fluit en een kleine trommel. De gekke dansen en de verkledingen symboliseren het slechte: de lompheid, de onbehouwenheid, de onnozelheid, de wildheid, de hypocrisie, de ongepaste seksuele drift ten aanstaan van de vermeende zuivere en edele maagd. Naast de vermakelijkheid van het spektakel was dus ook het moraliserend effect essentieel
Deze foto's verkregen met dank aan Herbert devleeschouwer