Stadshal

De bouw van de Gentse stadshal kadert in het masterplan KoBra dat verschillende Gentse pleinen en aanpalende straten een nieuw élan moet geven. De Korenmarkt werd al eerder aangepakt. De wirwar van tramlijnen, bushaltes, trottoirs en straatmeubilair werd vervangen door een groot, open mineraal plein. Het Emile-Braunplein voorziet dezelfde bestrating, maar hier is veel meer groen en uiteraard de nieuwe Gentse stadshal, een ontwerp van Robbrecht & Daem i.s.m. Marie-Josée van Hee.
Drie pleinen De Gentenaars hebben al geruime tijd zicht op de omvang van het gebouw. De opvallende vormgeving en de impact van het gebouw op het historische stadscentrum hebben voor enige wrevel gezorgd bij de bevolking en bij sceptici. Maar het stadsbestuur en de architecten zijn overtuigd van hun zaak. Ze onderbouwen de bestaansreden van het ontwerp met tal van stedenbouwkundige, ruimtelijke en architectuur-historische argumenten. Het bouwwerk is een historisch ingebed project, dat wil zeggen dat de plek waar de stadshal nu staat, generaties geleden al een bebouwd stadsdeel was. Meer nog: de bebouwing stond op het knooppunt van en gaf structuur aan drie pleinen: het huidige Emile Braunplein, het Goudenleeuwplein en de Poeljemarkt. Toen de historische panden gesloopt werden en niet vervangen, versmolten de drie pleinen tot één open ruimte, die hoofdzakelijk ingericht was als bovengrondse parking. Door er nu op die plek de stadshal te bouwen, wordt de pleinfunctie niet kapotmaakt, maar integendeel versterkt, aldus de voorstanders van het project.
Zicht op Belfort Ook de kritiek dat historische gebouwen als het Belfort en het stadhuis in de schaduw van een stadshal van hout en staal komen te staan, wordt weerlegd. Door de inplanting, eerder aan de rand van het plein tegen de huizen van de Poeljemarkt wordt het zicht op het Belfort juist gevrijwaard, aldus het stadsbestuur. Een monument letterlijk vrijmaken door de omliggende ruimte leeg te laten of te maken, is niet altijd de meest aangewezen oplossing. UNESCO die eerder bezwaar leek te hebben door de opvulling van het Emile Braunplein, heeft zich uiteindelijk niet tegen het ontwerp van Robbrecht & Daem en Marie-Josée Van Hee gekant. De VN-organisatie uitte zelfs haar appreciatie voor de archeologische en historische achtergrond waaruit de idee om een stadshal te bouwen ontstond. Daarenboven stelt ze dat - hoewel de site radicaal verandert – het Belfort ook in het nieuwe ontwerp het dominante gebouw blijft. Meer zelfs, door de functie die de stadshal aan de omgeving toevoegt, stijgt het belang van het Belfort en de ruimere omgeving.
De constructie moet eerder gezien worden als een overdekt plein dan als een nieuw monumentaal gebouw. Dat maakt dat de drie pleinen nog steeds visueel met elkaar verbonden blijven. Ook al is de perceptie dat de nieuwe stadshal de historische gebouwen letterlijk overweldigt en overschaduwt, toch overschrijdt het gebouw het volume van de omliggende panden niet. Het dak, bestaande uit twee spitsdaken, refereert vrij letterlijk naar de twee puntgevels van het stadhuis, zowel wat betreft de vorm als de afmetingen.
Tijdens de bouw verrees in eerste instantie een monumentaal stalen geraamte. Dat wordt grotendeels aan het oog onttrokken door een afwerking van het dak en het bovenste deel van de gevels met planken van afrormosia. In die planken zitten zo’n 1600 glazen elementen, langs waar daglicht via een lichttunneltje in de stadshal binnenvalt. De houten beplanking wordt op zijn beurt bekleed met glazen dakpannen, ter bescherming van het hout.
Een andere architectuur-historische ingreep is het herstellen van het vroegere middeleeuwse maaiveld, dat zich een stuk onder de omliggende straten en pleinen bevindt. De stadshal verzinkt letterlijk in het Emile Braunplein. Het niveau verspringt zeer geleidelijk van het nieuw aangelegde verharde plein naar de lager gelegen groenzone, die afgebakend wordt met een stenen muur. De ‘Green’ – zo genoemd omwille van 300 m2 groen – is bereikbaar via trappen en hellingen.
De stadshal zelf wordt een polyvalente plek, eronder – dus halfondergronds - zijn fietsstallingen, publiek sanitair, artiestenruimtes en bovenal het ‘Grand Café’, dat via de 'Green' bereikbaar is. Bestaande kunstelementen zoals de George Minnebeelden en de Mathildisklok krijgen een nieuwe plaats op het Emiel Braunplein.
Voor de constructie van de stadshal gebruikte staalconstructeur BCM uit Hoogstraten zo’n 300 ton staal, goed voor een gebouw van 40 x 15,75 x 15,75 m hoog, steunend op vier betonnen sokkels. Er werd profielstaal S235 gebruikt, in combinatie met kokerprofielen S355 en trekstaven S460. Alle staal werd behandeld met een primer met uitstekende corrosiewerende eigenschappen, een brandvertragende zwelverf (R30) en een eindlaag ter bescherming van de brandvertragende verf. Het is een klassieke constructie van staal op betonnen sokkels, die samengesteld is uit : - vakwerkliggers in de langse gevels en daken, opgebouwd uit profielstaal met regelbare trekkers - horizontale vierendeelliggers, samengesteld uit kokerprofielen gelast in grote lengtes;  - vakwerken uit profielstaal voor de kopgevels - secundaire structuren voor de bevestiging van de bekledingen.
Aan de binnenzijde blijven ter hooge van de wanden twee van de drie (horizontale) vierendeelliggers zichtbaar (ter hoogte van de knik wand-dak en op halve hoogte wand). Ze fungeren secundair ook als draagstructuur voor de vaste verlichting en kabelgoten en worden aan de onderzijde voorzien van een buisprofiel voor de ophanging van spots bij evenementen (lichtbrug).
Op twee van de vier sokkels wordt - diagonaal tegenover elkaar - een driehoekige vakwerkstructuur ingeklemd. Die staat los van de staalstructuur van het dak. Deze vakwerken worden voorzien van een stalen bekleding en fungeren als schouwen voor afvoer van technische installaties en open haard van het Grand Café.

De stadshal wordt de plek waar allerlei evenementen zoals optredens, dansdemonstraties en markten kunnen plaatsvinden. Tijdens evenementen kan de hal worden afgeschermd met tijdelijke zeilen. De officiële opening van de stadshal, op zaterdag 1 september 2012, was meteen het eerste project van de kersverse Gentse stadscomponiste An Pierlé.

Bij het verzamelen van foto’s en documentatiemateriaal heb ik onder andere gebruik gemaakt van beeldmateriaal uit de collectie van archief Gent. Via onderstaande link kom je op hun uitgebreide site:

https://beeldbank.stad.gent/

Voor de beschrijving van huizen en straten verwijs ik naar
https://beeldbank.onroerenderfgoed.be/images?text=gent

 

Bouw Stadshal
PDF – 797.5 KB 10 downloads
Archeologisch Onderzoek
PDF – 2.6 MB 10 downloads

Stad Gent wil tegen 2012 zowel de Korenmarkt en het Emile Braunplein, alsook enkele belendende straten, zoals de Cataloniëstraat en de Belfortstraat, helemaal herinrichten. Dat project heeft als naam Kobra, een woord dat wordt gevormd door de beginletters van Korenmarkt en Braunplein en her en der in de stad wordt toegelicht via infoborden.

Vooraleer de eigenlijke werken plaatsvinden, wordt eerst een archeologisch onderzoek gevoerd. Het onderzoek heeft geen invloed op de bereikbaarheid van diverse straten en pleinen. Voor bezoekers en leveranciers zal er steeds een doorgang zijn, al kan je de parking wel niet langer gebruiken. 

Het werk van de archeologen kan duren tot in november. Daarna gaat de put weer dicht en komt in december de ijspiste naar het Braunplein.

De archeologische opgravingen aan het Emile Braunplein zijn van start gegaan. De archeologen hopen meer te weten te komen over de 'verdichting' van de stad. 'Het Braunplein was vroeger volgebouwd', zegt archeoloog Geert Vermeiren. 'Dankzij de opgravingen leggen we een deel van die historische gebouwen van het begin van de 20ste eeuw opnieuw bloot. Al hopen we vooral om nog restanten van een vroeger verleden naar boven te kunnen halen.'

 

Archeologie
PDF – 902.5 KB 11 downloads