Lange Violettestraat

Eén van de oude invalswegen van de stad die via de Brabantdam leidde naar de zuidoostelijke stadspoort, namelijk de Braampoort die deel uitmaakte van de eerste stadsversterkingen. In de andere richting gaf de Lange Violettestraat aansluiting via de Brusselsepoortstraat met de Brusselsesteenweg en via de Sint-Lievenspoortstraat met de Hundelgemsesteenweg. De straat loopt door een gebied dat sinds de vroege middeleeuwen de "Groene Hoye" geheten werd: dit weiland strekte zich uit tussen de Nederschelde en de Muinkmeersen enerzijds, en anderzijds tussen de Hooipoort of Steenpoort (opgetrokken als onderdeel van de tweede stadsversterkingen, nabij de Sint-Christoffelkapel van de capucijnen op de Brabantdam) en de Vijfwindgatenpoort, of de derde zuidoostelijke stadsversterkingen aan het Klein Scheldeken; deze wal werd omstreeks 1290 gegraven tussen de Nederschelde en de Oude Schelde in de Muinkmeersen. Een deel van de stadsversterkingen aan het Klein Scheldeken bleef behouden, namelijk in de zuidoosthoek van het Begijnhof, tegen de bijgebouwen van het huis van de Grootjuffer. Nabij de samenvloeiing van de Nederschelde en het Klein Scheldeken, bevinden zich de 6 à 7 meter. hoge resten van een ronde toren van circa 1300, opgetrokken uit baksteen met een parement van Ledesteen en Doornikse steen, en voorzien van schietgaten. In de 2 meter dikke muren bevindt zich onder meer een spiltrap van Doornikse steen. Het geheel werd in 1899 opgemeten door architect L. Cloquet. Vanaf deze toren, naast het Klein Scheldeken, liep een 1,20 meter dikke bakstenen stadsmuur tot de Vijfwindgatenpoort. Deze muur bleef grotendeels behouden, met een hoogte van circa 6 meter. en tot achter het voormalige convent Langenacker, heden Lange Violettestraat nummer 243, Huis Sint-Jozef ten Langenacker in het Klein Begijnhof.

Het deel van de "Groene Hoye" dat zich uitstrekte tussen de Nederschelde, de stadsversterkingen aan het Klein Scheldeken en de Lange Violettestraat werd circa 1240 door gravin Johanna van Constantinopel geschonken aan de begijnen. Het thans nog steeds bestaande Begijnhof Onze-Lieve-Vrouw ter Hoye of Klein Begijnhof behield ook grotendeels zijn oorspronkelijke grenzen. Enkel de pastorietuin die grensde aan de elleboog in de Lange Violettestraat dichtbij de verdwenen Vijfwindgatenbrug en -poort werd circa 1850 opgeëist voor de oprichting van de rijschool voor de ruiterij van de krijgsbezetting.

Het terrein dat zich aan de overzijde van de Lange Violettestraat alhier uitstrekte tot de Vijfwindgatenpoort werd sinds het eerste kwart van de 14de eeuw gehuurd door de Sint-Jorisgilde. Zij stichtten er een hof, een kapel en bijhorend hospitaal. In 1381 reeds verhuisde de gilde naar de Hoogpoort maar de Sint-Joriskapel en het hospitaal bleven bestaan. Er huisden achtereenvolgens verscheidene religieuzen in, tot het klooster van Sint-Joris in 1797 opgeheven werd. De kapel die in 1636 herbouwd zou zijn werd begin 18de eeuw voorzien van een nieuwe barokgevel waarop de Lange Violettestraat pal uitzag aangezien zij de andere zijde van de elleboog in de straat vormde. In 1855 werden Sint-Joriskapel en -convent, intussen omgevormd tot katoenfabriek (nummer 164), gesloopt evenals de huizen tot en met de Vijfwindgatenbrug. Op die manier werd de hoek in de Lange Violettestraat aan de ene kant afgesneden en werd vandaar de Vijfwindgatenstraat getrokken naar de Muinkmeersen. Een ander deel van de "Croene Hoye", palend aan het Klein Begijnhof werd waarschijnlijk tussen 1584- 1594 gekocht door cisterciënzerzusters, afkomstig van de totaal verwoeste abdij "NieuwenBosch" te Heusden. Zij richtten er in de loop van de 17de eeuw een nieuwe abdij op, eveneens bekend als "Nieuwen-Bosch" of "Nonnenbos". Aan dezelfde straatkant van de Lange Violettestraat, ter hoogte van het huidige nummer 55, werd in 1644 de oude Sint-Catharinakapel herbouwd en sindsdien aan Sint-Anna gewijd. Opgeheven in 1797 werd zij slechts in 1865 gesloopt. Zoals te verwachten van een oude en belangrijke invalsweg bleven hier nog vrij veel oude woningen met 17de- en 18de-eeuwse topgevels bewaard. Daarnaast komen voornamelijk 19de-eeuwse lijstgevels voor, veelal aanpassingen van oude kernen, doch ook nieuw gebouwde waar de rooilijn verlegd werd of nieuwe straten, zoals de TweeBruggenstraat, aangelegd werden.