De Kouter

Rechthoekig, met olmen beboomd plein gekenmerkt door een bebouwing van enkele typisch 18de-eeuwse monumenten en enkele meer eenvoudige 19de-eeuwse gebouwen, doch thans vooral gedomineerd door belangrijke bankinstellingen in classicistische stijl uit de 20ste eeuw en agressieve nieuwbouw.

De zuidkant bleef range tijd onbebouwd tot de Sint-Sebastiaansgilde zich daar in de 16de eeuw vestigde en in het midden van het plein hun schietbaan aanlegde (gesloopt in 1795). Hun complex werd in het eerste kwart van de 20ste eeuw vervangen door verschillende drankgelegenheden die op hun beurt gesloopt werden.

De Kouter was de favoriete locatie voor kioskconcerten en voor de  befaamde bloemenwedstrijd op zondagochtend, maar het was eerst en vooral de plek waar gedanst werd. Het Bal populaire, het volksbal op het stralend verlichte plein, was een hoogtepunt van elk Gemeentefeest. Het groeide uit tot een van de meest vaste waarden van het hele programma; in sommige perioden werd het bijna synoniem van het hele gebeuren en vandaag de dag leeft het nog steeds door als "Bal 1900".

De Kouter was vanouds een van de belangrijkste openbare plaatsen van Gent. In de loop van de 15de-16de eeuw werd het plein langzamerhand door gebouwen afgelijnd. Wapenlieden verzamelden er na de nachtwacht of voor de wapenschouw, paarden werden er voor de strijd gekeurd, vrijwilligers werden er ingeschreven, markten (o.a. de paardenmarkt van Halfvasten), tornooien en feesten werden er gehouden. Eeuwenlang ook hielden de schutters van Sint-Sebastiaan, die er hun gildenhuis hadden, er hun wedstrijden.

Voor bijzondere feestelijkheden werd de plaats 's avonds rijkelijk verlicht. Zo bijvoorbeeld in 1781, voor de plechtige intrede van aartshertogin Maria Christina en hertog Albert van Saksen, toen er meer dan 15.000 lantarens brandden.

In 1803 was de Kouter - toen Place d'Armes genoemd - voor het eerst het toneel van een groot dansfeest, georganiseerd ter ere van Napoleon in een reusachtige tent, versierd met leuzen en luchters. Rondom het plein waren verlichte arcades en guirlandes aangebracht. Napoleon en Joséphine de Beauharnais, vergezeld van generaals en ministers, kwamen er op 16 juli om half elf aan en verbleven er zowat een uur.

De verlichting, met eenvoudige raapolie, was bijzonder vernuftig opgezet: twee grote geschilderde decors van hout, aan beide uiteinden van het plein opgesteld, verbeeldden oosterse paleizen in de sfeer van Duizend en één Nacht.

Toen in 1912 op elektrische verlichting met gloeilampen werd overgeschakeld, baadde de Kouter met één druk op de knop in een zee van licht, maar ging veel van het toverachtige verloren.

 Om een beeld te krijgen hoe het er in de 19de eeuw onder de lichtjes echt aan toe ging, zijn er bij gebrek aan foto's nog enkel de kranten : "Men kon maandagavond nauwelijks op de Kouter rondgaan, zo veel volk was er, oud en jong, allen wilden die verlichting zien. Er werd veel gedanst. Hier en daar wat een te wilde kermisvogel die in zijn zotte sprongen de wandelaars stampt en stoot, maar met wie de politie al spoedig weg weet

Na de inzinking in de jaren '50 en '60 van onze eeuw blies het stadsbestuur met de steun van de dekenijen het aloude volksbal in 1972 nieuw leven in onder de naam "Bal 1900". Het werd weer een luchtige danspartij, gehouden op de eerste maandagavond onder feeërieke belichting, maar voortaan opgefleurd met een wedstrijd voor het best verklede paar "op grootmoeders wijze"; ook de gekozen muziek lag met polka's, mazurka's en walsen in dezelfde lijn.

De Kouter bood ook plaats aan de jaarlijks 3 dagen durende paarde- en halfvastenmarkt toen men door de bouw van het Justitiepaleis deze niet meer kon inrichten op het nabijgelegen Recolettenplein. Op de Kouter greep traditiegetrouw ook de schouwing der wapens en paarden plaats en dit duurde tot in de 19de eeuw. Deze taptoe trok steeds een groot aantal nieuwsgierigen aan. Vandaar dus de vroegere benaming  “Wapenplaats”

Reeds vanaf 1772 vond er ‘s zondags een kleurrijke, sfeervolle bloemenmarkt plaats. Tijdens La Belle Epoque was het aanbod van planten echter veel beperkter als nu. Alleen potplanten werden te koop aangeboden, snijbloemen werden nog niet verkocht. Tot op heden kent deze wekelijkse bloemenmarkt enorm succes.

Tot in de jaren 1960 maakte de Kouter deel uit van wat wij “le pucellot” noemden. Dit was de zondagswandeling na de mis. De meisjes en de oudere juffrouwen wandelden een zeker parcours door de stad. De jongere waren vergezeld door vader en moeder, de iets oudere met een vriendin of een “chaperon”. Van hun kant wandelden de jonge heren of alleen of in groep om zoveel mogelijk juffertjes te ontmoeten. Het traject ging van Korenmarkt tot het zuid: Veldstraat, Zonnestraat, Kouter met de bloemenmarkt, de Vogelmarkt, Brabantdam, Vlaanderenstraat, Wilson- en Frankrijkplein, Lamstraat(sic), Kortedagsteeg, en dit met mogelijke variantes. Zo mits, een gelukkige ontmoeting, kon men de activiteiten voor de rest van de dag plannen.

 

De kouter was ook de plaats waar militairen dikwijls kwamen defileren. Het werd gebruikt voor triomftochten na behaalde overwinningen

Huidig uitzicht