Voormalig Hotel Vanden Meersche, huidig Moederhuis van de zusters der Kindsheid Jesu. Ook wel ooglijdersinstituut genoemd

Aanvankelijk werd de hoek gevormd door Nederpolder en Zandberg ingenomen door twee huizen genaamd de Groten en Clenen Pelicaen, ontstaan uit de in twee gesplitste en vanouds (1360) bekende herberg de Pelicaen. Samen met enkele aanpalende woningen werden deze huizen in 1547 aangekocht door Jan Damman, heer van Oombergen, die het geheel herbouwde tot een fraaie patriciërswoning. Gedurende gehele 17de eeuw eigendom van de adellijke familie du Faing die door toevoeging van woningen in Nederpolder en Ursulinenstraat het huis aanzienlijk uitbreidde. In 1736 aangekocht door Jean-Baptiste Ignace Vanden Meersche, heer van Berlare en Bareldonk; onder hem en zijn erfgenamen werd het geheel omgevormd tot een typisch 18de-eeuwse herenwoning.

In 1738-1739 kwam naast het poortgebouw het rechtergedeelte van de huidige voorgevel tot stand die in overeenstemming met de linkervleugel uit de 16de eeuw werd opgetrokken. Midden 18de eeuw werden de twee trapgevels van het oude hoofdgebouw op de Zandberg getransformeerd tot bepleisterde Lodewijk XV-gevels; ook de gevel langs de Nederpolder onderging een aanpassing (onder meer de dakvensters). Tezelfdertijd werden de tuingevels van de rond de rechthoekige binnenkoer gerangschikte vleugels veranderd tot een 18de-eeuws ensemble waarvan de talrijke rococo-ornamenten en reliëfs een zeer merkwaardige bezienswaardigheid vormen. In 1777 werd naast de twee omgevormde trapgevels een gebouw met een soortgelijke gevel opgetrokken. Na het overlijden van de laatste erfgenaam in 1791, ging het Hotel Vanden Meersche over in handen van graaf van Lichtervelde.

Verkoop in 1806 aan Cesar Maes, rentmeester van Napoleon, die met het oog op het bezoek van Napoleon verscheidene vertrekken van het oude hoofdgebouw in empirestijl liet inrichten. Na de dood van Cesar Maes in 1835 kent het huis wisselende eigenaars en bestemmingen, onder meer in 1843 restaurant Oldi en vanaf 1855 gedeeltelijk verhuurd aan de Gentse toneelkring De Melomanen. Sinds de openbare verkoping van 1872 eigendom van baron Casier de Hemptinne en betrokken door de zusters der Kindsheid Jesu die er hun kort tevoren geopend ooglijdersgesticht in overbrachten. Vanaf 1892 eigendom van de zusters die de gebouwen waar nodig aanpasten aan hun nieuwe bestemming.

In 1948-1949 uitbreiding van het klooster met vleugels langs de Zandberg en in de Nederpolder. Gebouwen gerangschikt rondom rechthoekige binnentuin in het noorden begrensd door de Ursulinenstraat, in het westen door de Zandberg, in het noorden door de Nederpolder, in het oosten tussen Ursulinenstraat en Nederpolder door vleugels van het noviciaat opgetrokken circa 1950 met een kleine rechthoekige binnenplaats.

Bij het verzamelen van foto’s en documentatiemateriaal heb ik onder andere gebruik gemaakt van beeldmateriaal uit de collectie van archief Gent. Via onderstaande link kom je op hun uitgebreide site:

https://beeldbank.stad.gent/

Voor de beschrijving van huizen en straten verwijs ik naar
https://beeldbank.onroerenderfgoed.be/images?text=gent