Brabantdam                                                                                               

Deze straat was aanvankelijk een dam buiten de stadspoort langsheen de Schelde waarop een weg was aangelegd doorheen een moerassig gebied.

Het gedeelte dat vroeger binnen de stadsomwalling lag heette de Brabantstraat en bevond zich tussen het François Laurentplein en de Vogelmarkt. Het was een smalle straat die in 1822 merkbaar werd verbreed. De vroegste bronnen dd. 1313 spreken over de  “Brabantstrate”. Kortstondig kreeg ze in 1812 de naam Keizerinnenstraat maar met de val van Napoleon verdween al vlug deze straatnaam.

De Brabantdam lag dan in het verlengde van deze straat en liep tot aan het Sint-Annaplein.

Uiteindelijk zou in 1941 de Brabantdam voor de gehele straat gelden tot aan de Vogelmarkt.

Op het einde van de Brabantstraat stond de Brabantpoort aan de Watermolenbrug. Hier woonde de adelijke familie Braem waardoor de poort ook als Braempoort gekend was. Voorbij de Braempoort ontwikkelde zich een nieuwe wijk “Over-Schelde” rond de hoofdweg Brabantdam. Deze wijk was eigendom van Margaretha van Oostenrijk die het gehele gebied in 1254 aan Gent afstond. De poort was toen als binnenpoort niet meer tot functie en verdween grotendeels in 1540 om in 1779 definitief uit het zicht te verdwijnen.

In de onmiddellijke omgeving van de Braempoort bevond zich sinds de 12de eeuw op de Nederschelde een wa- termolen van de stad. Deze bestond in feite uit 4 molens: de Rogghemeulen, de Hoeckmeulen, de Waelinne en de Mautmeulen. De molensluizen, Braamgaten genaamd, maakten deel uit van de verdedigingsgordel van de stad en waren bedoeld om in geval van nood het omringende land onder water te laten lopen. De watermolen werd in 1881 gesloopt waarna het François Laurentplein kon ontstaan.

In 1822 werd de Brabantstraat aanzienlijk verbreed

Waar de Vlaanderenstraat en de Brabantdam elkaar ontmoeten was rond 1900 het Rondpunt, nu het Hippoliet Lippensplein.

                                                                                                                                                                                                                                 256 foto's

 

Brabantpoort

Tijdens de wegenwerken in Gent hebben archeologen ontdekt dat de Brabantdam meer dan achthonderd jaar oud is. De restanten van deze oude toegangspoort dateren van rond het einde van de twaalfde eeuw.
Verschillende stadskaarten uit het midden van de zestiende eeuw bevestigen dat, al is het niet duidelijk of het nu om een toren of een poort gaat. Dat is momenteel onmogelijk te onderzoeken, klinkt het. Maar de restanten tonen wel aan dat het een indrukwekkende constructie geweest moet zijn.
De opgravingen geven ook meer informatie over de verschillende wegniveaus, Gent lag vroeger een pak lager. 2 à 3 meter onder de grond bevindt zich een oude weg die dateert van voor de 12e eeuw, maar die is opgehoogd met zand.

 

Her aanleg Brabantdam 

Bredere trottoirs, gelijkliggend met de straat. En niet langer kasseien waarop fietsers halsbrekende toeren moeten uithalen. De Brabantdam en de Vogelmarkt zien er na de her aanleg totaal anders uit. Vrijdag vonden de laatste afwerkingen en opruimwerken plaats. Vanaf zaterdag kunnen er weer auto’s door. Zondag keert de tram terug.

Bewoners en handelaars herademen. Sommigen hadden liever een verkeersvrije straat gezien, maar iedereen is het erover eens dat mensen en passage broodnodig zijn om het leven naar de straat terug te brengen.

 

Mobiliteitsplan 

Door de Brabantdam rijden veranderde na de zomer van 2016 grondig. De straat wordt geknipt ter hoogte van het Lippensplein, in het midden van de Brabantdam. Daardoor wordt de verbinding van het Laurentplein naar Sint-Anna onmogelijk voor auto's. Dat blijkt uit het nieuwe circulatieplan voor de wijk, een onderdeel van het grotere Mobiliteitsplan. 

 

Protestantse Kerk. Brabantdam 

De huidige Protestantse gemeenschap kreeg haar kerkgebouw aan de Brabantdam tijdens het bewind van Koning Willem I in 1815. In 1817 werd het gebouw officieel in gebruik genomen voor de Protestantse eredienst. Tot vandaag werden onafgebroken (met uitzondering van enkele maanden in 1832 toen het gebouw werd geconfisqueerd om een cholerahospitaal in onder te brengen) op zondagmorgen erediensten gehouden.