Blaisantvest

 

De “Plezante Veste” was een oud afleidingskanaal van de Lieve in 1484 gegraven als verdedigingsgracht aan de rand van Gent. Het was ook  nog gekend als de “Veste ter Voghelenzanghe achter de Groene Briel”, “rempart de Plaisance” of gewoonweg “Veste”.

De naam “Blaisant” wordt gelinkt aan de verdwenen heerlijkheid (gebied van de leenheer) “Blei-sant”. Het was ook als “’t Zand” gekend als één van de vele heerlijkheden in het Noorden van Gent. Zoals de naam Blaisantvest laat vermoeden was het een stadsversterking dat al vlug zijn militaire functie verloor. Bij afschaffing van de octrooirechten in 1860 viel het fiscaal nut ook weg.

Na demping van  het kanaal tijdens de periode 1962-1964 bleef nog lang een vijver met voetgangersbrugje, ’t Kemelbrugje genaamd, onaangeroerd het zicht aan de Blaisantvest bepalen. Dit brugje rechtover het straatje van Berouw en ook als de “Geuzenbrug” gekend was aanvankelijk een metalen constructie die als noodbrug diende over de Visserij bij de heropbouw van de Lousbergbrug in 1887. Pas in 1949 werd voor de prijs van 483.000 fr. (12.075 €) een betonnen brug geplaatst die op 18 april 1950 in gebruik werd genomen. Na demping van de gracht in 1964 is er een vijver onder het brugje aangelegd. Bij aanleg van de collectoren in 1980 voor de afvoer van het water naar  een zuiveringsstation verdween het laatste aandenken aan dit afleidingskanaaltje.

De wijk Rabot-Blaisantvest behoort niet tot het Middeleeuwse Gent. Ze ligt ten noorden van de tweede stadsomwalling. De oude grens tussen stad en land vinden we terug in de lanen van de kleine stadsring: de Begijnhoflaan, de Opgeëistenlaan, de Blaisantvest.

Tot 1860 bleef het gebied nagenoeg onbebouwd. Dit laagland maakte deel uit van de Wondelgemse Meers, doorsneden door de (nu gedempte) Lieve en de kerkwegel naar Wondelgem (Victor Frisstraat, IJskelderstraat, Frans van Ryhovelaan).

Aan de westelijke grens van de wijk, de Brugse Vaart, is een voorstad gegroeid in de 17de en 18de eeuw. Langs de Bargiekaai waren er ettelijke herbergen en afspanningen. Daar vertrok immers de beroemde barge van Gent naar Brugge. In 1784 kwam er een gemeentelijke begraafplaats, als gevolg van de afschaffing van de parochiale kerkhoven. Nu vinden we daar het speelplein Zonnestraal in de Gebroeders De Smetstraat.

Met het afschaffen van de octrooirechten en de stadspoorten in 1860 en met het graven van het Verbindingskanaal in 1863 tussen het Kanaal Gent-Terneuzen en het Kanaal Brugge-Oostende, kende de wijk Rabot-Blaisantvest een stormachtige ontwikkeling. De stadsgrachten werden gedempt.

De voormalige stadsvesten, de Brugse Vaart en de Verbindingsvaart vormden een gesloten driehoek. Binnen die driehoek openden de grootgrondbezitters en industriëlen zelf nieuwe straten in dambordpatroon maar met typische arbeidershuisjes die hen winst opleverden.

De verstedelijking van de westelijke helft gebeurde voornamelijk op initiatief van de textielfabrikanten De Smet en de Hemptinne, vanaf 1872. Zij stouwden de hele wijk vol identieke woningen met ongeveer vier meter gevelbreedte. In het midden van de nieuwe volksbuurt werd in 1883 de parochiekerk Sint-Jozef gebouwd, die nooit voltooid raakte.

Intussen was de Gasmeterlaan in 1877 afgelijnd langs de Verbindingsvaart en was het Rabotstation in gebruik genomen op de ringspoorlijn. Dat gigantische ringspoor verbond alle Gentse stations tussen 1872 en 1876. Het Rabotstation kreeg vooral goederen te verwerken voor de textielfabrieken.

De verplaatsing van de gasfabriek in 1880 van de westelijke naar de oostelijke hoek van de Gasmeterlaan bracht enige verandering in het stratenpatroon met zich mee. Nieuwe straten werden geopend in de jaren 1880 (de huidige Watervliet-, Kaprijke en Oosteeklostraat) en alweer bebouwd met kleinschalige arbeidershuizen.

Dat waren zowat de laatste stedenbouwkundige ontwikkelingen in de wijk. Nagenoeg 120 jaar leek de tijd er stil te staan. In de jaren '80 van de 20ste eeuw werd de katoenfabriek La Louisiane of Loutex vervangen door de technische school KIHO, nadien de hogeschool KAHO.

Het Rabotstation werd afgebroken en op het vrijgekomen terrein werd een nieuw gerechtshof gebouwd, omringd door een stadspark.