De huizen op de Groentemarkt.

 

Bakkerij “Himschoot” bevindt zich op de Groentenmarkt te Gent in een laatmiddeleeuws pand dat de naam “De Croone” droeg. Sinds die tijd wordt op die locatie brood vervaardigd en verkocht.

Gedurende de eerste wereldoorlog werd er brood gebakken door bakker Himschoot die dergelijk sterk brood maakte dat het enerzijds een hoge voedingswaarde had en anderzijds lang vers bleef. Dit ambachtelijk vervaardigd brood werd al snel gesmaakt door de Gentenaars en het begrip “brood van bij Himschoot” was geboren.

Bakker Himschoot werd opgevolgd door zijn leerling-knecht, die de bakkerij op zijn beurt overliet aan zijn leerling, en zo verder, ... hetgeen resulteerde in het overleven van de specifieke ambachtelijke techniek tot het maken van lekker en gezond brood, zoals het thans nog door ons wordt aangeboden.

Reeds vanaf het ontstaan van de bakkerij in de 17e eeuw worden de broden in de kelderverdieping gebakken, terwijl de winkel zich op het gelijkvloers bevindt. Bakkers hebben daar generaties lang meer dan 65 soorten brood klaargemaakt, een aanbod dat tot op heden is blijven bestaan.

 

Het gebeurt bijzonder weinig dat niet-Belgische architecten in Gent een bouwproject begeleiden.  Willem-Jan Neutelings is een zeldzame uitzondering, net zoals Robert Lentz (1918-1970) uit Luxemburg In samenwerking met de Gentse architect Georges Callens herstelde Robert Lentz de indrukwekkende noordelijke neo-classicistische gevelpartij aan de Groentenmarkt.  De gelijkvloerse etage die in de loop der jaren versnipperd was geraakt met allerlei winkels en met toegangsdeuren tot de hogere verdiepingen van de verschillende woningen kreeg een brede centale toegang, telkens geflankeerd door vijf traveeën.  Projectontwikkelaar Immoganda en aannemer R. Maes zorgden voor de realisatie.

 

Zogenaamd "Groot Vleeshuis". De stadsbouwmeester Gillis de Suttere maakte begin 15de eeuw de plannen om de eerste houten vleeshal te vervangen door het huidige gebouw van zandsteen. In 1449 vatte men achteraan in de hal de bouw aan van de kapel van de Heilige Hubertus en een sacristie of een vergaderzaal voor de nering der vleeshouwers. Verdere uitbreidingen vonden plaats circa midden 16de eeuw. Het complex werd meermaals verbouwd, de huidige toestand dateert van de restauratie in 1912 onder leiding van E. Van Hamme.

Voor verdere uitleg en meer foto’s verwijs ik naar Groot Vleeshuis in de rubriek ‘Onderwerpen. Groot Vleeshuis’.

 

‘La Demi Lune’ is de naam van het huis aan de Groentenmarkt nr 3 waar de mosterd al sinds jaren verkocht wordt. In feite heeft de familie Tierenteyn zich steeds in de nabijheid van de Groentenmarkt in Gent gevestigd. Het was Augustus Tierenteyn die het pand in de jaren zestig van de negentiende eeuw aankocht. Zelf heeft hij er door zijn vroegtijdig overlijden weinig in gewerkt, maar zijn vrouw Adelaïde Verlent maakte van de Groentenmarkt 3 het definitieve onderkomen van het bedrijf.

Historische kenmerken vindt men terug doorheen het hele gebouw, maar de echte blikvanger is het winkelinterieur. Dit bleef gedurende de laatste eeuw zo goed als onveranderd (enkele nodige schilderwerken en praktische aanpassingen buiten beschouwing gelaten). Vanwege het bijzondere karakter en de historische waarde is het winkelinterieur sinds 1995 beschermd. Wanneer men de uitgesleten dorpel aan de inkom opstapt heeft men dan ook niet voor niets het gevoel een beetje in de tijd terug te keren.

De halve maan was het symbool van de brouwers. En aangezien de familie Tierenteyn vroeger azijn brouwde, is de opname van deze figuur in de gevel niet geheel onlogisch. Daarnaast gaat het verhaal de ronde dat het embleem nog een andere functie vervulde. Wanneer vroeger dienstmeiden op pad gestuurd werden om inkopen te doen, werden ze voor mosterd naar het huis van de halve maan gestuurd. De halve maan in de gevel maakte het huis herkenbaar aan de meiden (die toen niet konden lezen of schrijven).

 

Het kleine cafeetje, het  z.g. “Galgenhuyseken”, dat tegen de hoek van het Vleeshuis aangebouwd is, bestond reeds in de middeleeuwen: toen waren er twee gesloten viskramen.
Vanaf de 18e eeuw wordt het gebouw als herberg vernoemd. In 1783 diende men een bouwaanvraag in om het galgenhuyseken en het huisje ernaast met elkaar te verbinden en aan te passen. Die naam werd uiteraard geïnspireerd door de aanwezigheid van een galg vlak in de buurt.    Het gebouwtje onderging nog tal van ingrepen die er niet meteen een parel van architectuur hebben van gemaakt in die mate zelfs dat er ooit voor gepleit is het zaakje te slopen om het Vleeshuis in al zijn middeleeuwse pracht te laten schitteren;
Dit oudste en kleinste kroegje van Gent beschikt over een toog, enkele krukjes en amper 4 of 5 tafeltjes. Maar vergis je niet, het is ondergronds groter dan het boven lijkt want een feestzaaltje, de keuken en de toiletten bevinden zich onder het Vleeshuis en de voorraadkelder zelfs onder de straat. Nochtans verbergt deze herberg een geheim: het maskeert een schandbank die hier eeuwen heeft gefunctioneerd: het pelorijn!
Het pelorijn werpt een schrijnend licht op de rauwe middeleeuwse strafuitvoering die de vroegere Vismarkt wel een akelige reputatie moet bezorgd hebben, die van strafexecutieplaats, naast het Sint-Veerleplein en de Vrijdagmarkt.
De schandbank of pelorijn werd in Gent gebruikt om schandstraffen uit te voeren: 4 misdadigers tegelijk konden op een soort verhoog  te kijk gezet worden, vast geklonken door ijzeren halsringen om voor de eigen gemeenschap vernederd en beschimpt te worden. Ze bleef op deze plaats in gebruik tot en met de eerste helft van de 16e eeuw.   
Vanaf de 14e eeuw zijn de namen van vele onfortuinlijken gekend. Zo werden er in de periode 1536-1537 niet minder dan 45 personen in het pelorijn gezet.
Een greep uit hun veroordelingen: blasfemie, afzetterij, meineed, tovenarij, landloperij, koppelarij!
Voor verdere foto’s en uitleg verwijs ik naar Galgenhuisje bij de rubriek   ‘Onderwerpen.  Bijzondere gebouwen’