Schepenhuisstraat

Van oudsher bekend straatje tussen de Hoogpoort en de Onderstraat, ook zogenaamd "Saysteghe" of "Zandsteeg" genaamd. De Schepenhuisstraat stond in 1290 vermeld als de “Saeysteghe”. Later veranderde de naamgeving van Zaystege over Zaadsteeg om in 1566 als “Schepenhuusstraetken” geboekt te staan. De oostzijde van het straatje, voorheen met openbare pomp (1659) en kapelletje met Mariabeeld (van 1627, vernieuwd in 1758) werd voor enkele jaren gesloopt om plaats te maken voor het geplande administratief centrum van de stad. Hier was een oude openbare pomp (1659) te bezichtigen waarop een Onze-Lieve-Vrouwebeeld prijkte. In 1627 werd het beeld in een kapelletje geplaatst aan het huis gelegen tussen de pomp en woning nr. 2 alwaar Jan-Baptist Delbecq gehuisvest was.
Deze was medestichter van de “Maatschappij voor Hofbouw- en Kruidkunde”.
“De Drake” was op de hoek van de Saystege en de Hoogpoort gelegen. Het was begin 14e eeuw eigendom van de rijke poorter Nicolaas de Jonghe. In 1521 werd bij de afbraak van deze woning het hout en de stenen gerecupereerd voor de bouw van een nieuw stadhuis en voor werken aan de Vleeshuisbrug.
Op de vrijgekomen grond werd een nieuw gebouw opgetrokken dat aanvankelijk dienst deed als bergplaats voor allerhande voorwerpen, de “loge dezer stede”. Een deel van de grond was vrijgelaten tot nut van procureur Marcus Snouck die het als uitgang voor zijn woning gebruikte richting Zaadsteeg.
In de 17e eeuw was het de locatie voor het corps de garde van de in 1752 opgerichte Pandoeren, de Gentse politie. Een eeuw later voorzag het de brandweer van Gent met zijn 40 man sterk van onderdak om ze in 1830 te zien vertrekken naar het Geeraard Duivelsteen toen het personeel was opgelopen tot 150.
De opnieuw vrijgekomen ruimte was geschikt als studiezaal voor de leden van het genootschap “Jong en Leerzuchtig” om in 1844 plaats te moeten ruimen voor de kosteloze stadsapotheek. Naderhand mocht de politie er nog enige tijd in verblijven om in afwachting van de uitbreiding van de Gentse stadsdiensten als opslagplaats te worden gebruikt.
De bouw van een administratief centrum voor de Stad Gent betekende de sloop van de oostelijk gelegen woningen in de Schepenhuisstraat.