Vogelmarkt

Aanvankelijk was de Vogelmarkt een smal steegje dat naar de Brabantdam leidde. De straat zoals ze nu is, kwam tot stand na afbraak van verschillende woningen door de  jaren heen.
Het “Klein Vleeshuis” bevond zich in eerste instantie aan de Braemgaten op de Brabantdam. Bij de oprichting van het gebouw in 1593 op de hoek van de Vogelmarkt en de Korte Dagsteeg en ook bij de afbraak in 1822 werden telkens verschillende woningen gesloopt. Vervolgens verhuisde het Klein Vleeshuis in 1821 naar de Wolweverskapel in de Korte Dagsteeg. Uiteindelijk stopte alle bedrijvigheid in 1871 na de afschaffing van vleeshandel in hallen ten voordele van de thuis- of winkelverkoop.

De vogelmarkt stond reeds in 1311 beschreven als “up de Couterstrate te Viereweghesceden”. In 1349 was het gekend als “in de Coutersteghe”. Tot doel de straat te onderscheiden van de omliggende Kouterstraatjes en -steegjes.  Haar huidige naam dateert van 1812.

Oorspronkelijk een smal straatje leidend van de Kouter naar de Brabantdam en voorheen genaamd Kouterstrate te Vierwegscheede, Grote Koutersteeg of Rudderstraat; verkreeg hear huidige benaming in 1812. Verscheidene keren verbreed onder meer in 1595 met de oprichting van het Klein Vleeshuis waarvoor enkele woningen gesloopt werden; in 1777 werd een gedeelte afgebroken aan de kant van de voormalige Wolleweverskapel (Korte Dagsteeg); in 1822, na afbraak van het Klein Vleeshuis in 1821, en in 1828 vonden de laatste verbredingen plaats.

Aan de oostzijde van de Kouter is er reeds in de 16e eeuw sprake van een markt voor dieren zoals honden, vogels, geiten en konijnen. In de plaatselijke drankgelegenheden was het de gewoonte vogels in kooien aan te bieden. De bloemenmarkt breidde echter verder uit waardoor de dierenmarkt sinds 1889 plaatsvond op de Oude Beestenmarkt. De vogelverkoop in kooien bleef wel aan de vogelmarkt plaatsgrijpen.

Aan de overzijde op de hoek met de Koestraat stond “de Cleene Ameede”, een oud Steen dat in 1828 omwille vetusteit door architect Louis Minard werd vervangen door een statig pand in empirestijl. Hier zouden de broers Hubert en Jan Van Eyck verbleven hebben tijdens de realisatie van hun meesterwerk “De Aanbidding van het Lam Gods”. Het gebouw heet toepasselijk “Het Huis der Van Eycks” waarbij op de voorgevel de médaillons met de portretten van de kunstenaars zijn aangebracht.