Het bestuur van de wereldtentoonstelling besliste ook in Gent ter gelegenheid van de wereldtentoonstelling in 1913 een wijk “Oud Vlaendren” te bouwen.
Een terrein van 4 hectaren aan de Kortrijkse Steenweg werd hiervoor afgebakend.
In dit apart gedeelte werden cafés, restaurants, winkels en diverse attracties, waaronder zelfs een Filippijns dorp ondergebracht.Door de constructie van een klein stadje slaagden de initiatiefnemers van “Vieille Flandre” erin, het leven van het Oude Vlaanderen te doen herleven. Elk gebouw kwam er na een zorgvuldige selectie van de mooiste gebouwen van Vlaanderen en elk van deze werden realistisch gereconstrueerd vanuit een bestaand of verdwenen model.
De jonge architect, Valentin Vaerwyck, (restaurateur van het Gentse Belfort) kreeg begin 1911 de opdracht tot het bouwen van “Vieille Flandre”. In december waren de definitieve plannen opgemaakt.
Armand Heins leverde de tekeningen; de ornamenten werden gebeeldhouwd door de gebroeders Cornelis. Rene de Cramer ontwierp de gebruikte vlaggen.
Emile Wyckaert begon de werken op 1 mei 1912.
De opzet was de bezoeker onderdompelen in een soort collectieve terugblik en hem een geïdealiseerd, rustgevend eilandje te bieden binnen de vele nieuwigheden die hem elders op de expositie overrompelden.
Alle gebouwen die te zien waren bestonden echt en waren verspreid over geheel Vlaanderen.

 

Uit Oost Vlaanderen stonden gebouwen uit Gent, Sint Niklaas, Lokeren, Oudenaarde, Dendermonde, Aalst, Laarne, Zottegem, Wichelen en Temse. Uit Westvlaanderen waren Brugge, Veurne, Diksmuide, Kortrijk en Ieper vertegenwoordigd.Henegouwen bracht constructies ui Doornik, Frans Vlaanderen uit Aire sur la Lys en Bethune en Zeeland was aanwezig met Middelkerke, Vlissingn, Hulst, Veerle, Goes en Axel.

De monumentale toegangspoort aan de Avenue d’Anvers was een reconstructie van de poort van het Sint Elisabeth begijnhof. Ze werden geflankeerd door replica’s van de Penshuisjes.

De hoofdingang lag aan de Avenue d’Anvers (Slot van Laarne).

De gebroeders Cornelis en Oscar Sinia leverden het sculptuurwerk en Rene de Cramer ontwierp de vele vlaggen en wimples die het Dorp Oud Vlaanderen extra kleur gaven.

Vele gekostumeerde figuranten(, in Middeleeuws kostuum, waren alom aanwezig om de bezoekers in de gewenste stemming te brengen.

De Sint Jorisgilde organiseerde traditiegetrouwe kruisboogschietingen waar meer dan 400 schutters aan deelnamen. Georges De Klerck, lid van de Sint Rochus, werd tot koning der schutters uitgeroepen.

Kronkelende straatjes, een idyllisch kanaaltje, persiflages van zestiende- en zeventiende-eeuwse gebouwen en vooral talloze herbergen met terrassen maakten van Oud Vlaanderen een van de trekpleisters van de Wereldtentoonstelling. Omdat je er zoveel eetgelegenheden had, was het de ideale plek om het ‘serieuze’ tentoonstellingsbezoek te onderbreken voor een middagmaal of een drankje. Wie het erg beviel, kon er zelfs een apart abonnement voor kopen want Oud Vlaanderen had een aparte ingang.

Na de Wereldtentoonstelling werd het ganse dorp afgebroken. Er rest heden ten dage niets meer van deze in plaaster opgetrokken stad.
Na zes maand glorie werd Oud Vlaendren terug afgebroken net als de rest van de expositie.
Het beeld van het Leeuwke op het Veerlepleintje blijft het enige tastbaar overblijfsel wat nu nog rest.