Grote of witte Moor en Kleine of Zwarte Moor

Dit gebouw had oorspronkelijk een houten gevel. Vermoedelijk tussen 1475 en 1481 werd de gevel opgetrokken in Balegemse steen. Boven de benedenverdieping prijkt een reus met schild gewapend die een pijl neemt uit zijn pijlkoker. Bij herstelling is de reus zijn pijl verloren. Eertijds stond het opschrift “dit is den Grooten Moor” vermeld op het gebouw. In 1454 kreeg het de naam “’t Moriaenshoofd” en twintig jaar later “den grooten Moer die men heet in Sente Martin”. Een eerste vermelding van “den grooten Moor” dateert rond 1542.De trapgevel van 24m is van ongewone hoogte voor die tijd.Hij is opgebouwd in laat-gotische bouwtrant versierd met pinakels.Qua gevelproportie heeft de Kleine Moor eenzelfde verhouding maar wordt aangenomen dat de Grote Moor dieper lag en in het huis “de Grote Loove” een achterhuis bezat.

Kleine of Zwarte Moor

Het gebouw kent zijn oorsprong in de 14e eeuw en zou vermoedelijk eigendom zijn geweest van de familie Van der Zickelen. Aanvankelijk lag dit Steen een 5-tal meter achter de voorgevel. Samen met de uitbreiding van het buurpand kwam de voorgevel tegen de straatkant aan te liggen. Net als de Grote Moor verving tussen 1475 en 1481 een stenen gevel in Balegemse steen  een oudere houten gevel. De ongewone trapgevelhoogte van 24 meter in laat-gotische bouwstijl is eveneens versierd met pinakels.De benaming “Den Moor” werd voor het eerst gebruikt in 1542 en reeds een jaar later verandert in “Den Swarten Moor”. Aangezien het aanpalende “Grote of Witte Moor” een gelijkaardig uitzicht had verkreeg het naar analogie een variante op deze huisnaam. Voordien zou het ook nog gekend geweest zijn als “de Gans”.