Prinsenhof

Het Prinsenhof was eerst gekend als ‘Hof ten Walle’. Het lag op drassige weiden die graaf Boudewijn V in leen had gegeven aan een burggraaf in 1064. Door waterwerken werd vervolgens een verhoogde en omwalde site gecreëerd met een opperhof op een heuvel: een ‘motte‘.
In de eerste helft van de 13e eeuw verkocht de Gentse burggraaf het domein Hof ten Walle aan een Gntse handelaar. Het was in die tijd dat de patriciërs hoe langer hoe meer wedijverden met de adel. Ze werden welvarende kooplui met meer macht dan de verarmde adel . De aankoop van een burggrafelijke residentie paste daarin. Deze koopman ging nog verder door zichzelf Ridder te noemen en wijzigde de familienaam in Sersanders. (Deze naam leeft vandaag nog voort in de straat Sanderswal, een straatje bij het huidige plein Prinsenhof). Vanaf 1251 werd achter het hof het Lievekanaal gegraven, dat uiteindelijk tot in Damme zou reiken. Omstreeks 1300 werd het gebied in de stadsomwalling opgenomen.
Graaf, Lodewijk van Male (1330-1384) vond dat het Gravensteen sterk verouderd was en geen toenmalig “hedendaags comfort” bood. Hij had zijn oog laten vallen op het Hof ten Walle. Hij beval een grondige verbouwing van het Hof ten Walle tot grafelijke residentie. Die werken vonden plaats tussen 1353 en 1366. Het grafelijke paleis was luxueus afgewerkt.  Door het huwelijk van zijn dochter Margareta van Male met Filips de Stoute kwam het in handen van de Bourgondische hertogen, die het in de loop der jaren verder uitbouwden en verfraaiden. In 1500 werd Keizer Karel V in het Hof ten Walle (Prinsenhof) geboren.

Het Prinsenhof  was ongeveer 2 ha groot en volledig ommuurd. Het was een reusachtig, omwalde hof met meer dan 300 kamers, een dierentuin en een lusthof en bestond verder bestond uit een  opperhof met een grote toegangspoort en drie ongelijke vleugels en een volledig ommuurd domein met neerhof en twee poorten. Op het neerhof bevond zich ook de befaamde Leeuwenhof, die tot in de 17de eeuw in gebruik bleef.
Het gebied was een stadje binnen de stad, met een eigen rechtssysteem, zoals dit al sinds de burggraaf was ontstaan. Het was in 1540 in het Hof ten Walle dat Keizer Karel V  de ‘Concessio Carolina’ uitvaardigde, die hun vrijheden stevig beperkte de. Hij was door het verzet van de Gentse burgers tegen zijn maatregelen naar zijn geboortestad teruggekomen. Tientallen Gentse notabelen werden in een boetekleed letterlijk op de knieën gedwongen, met een strop om de hals. Zeventien van hen werden onthoofd, één verbrand.

De residentie raakte in de 17de eeuw in verval en werd uiteindelijk verkocht. De slotgracht    werd gedempt en in de verschillende loten werden woningen en andere gebouwen opgericht, vaak voor grote delen gebruik makend van nog bestaande oude paleismuren.  Er verschenen vanaf eind 18de eeuw ook allerlei bedrijfsgebouwen, waaronder een suikerraffinaderij, een papierfabriek, een zeepziederij en later ook een katoenfabriek. Rond 1825 vestigde de katoendrukkerij Vanden Broecke-Grenier zich aan de Donkere Poort. Vanaf 1850 breidde de firma zich uit met een katoenspinnerij en een katoenweverij. Tegen eind 19e eeuw kwam het beheer in handen van de textielfamilie Van Acker-Vanden Broecke. In  1971 stopte alle bedrijvigheid.

In de 20ste eeuw waren alle zichtbare resten van het voormalige Prinsenhof vernield of verdwenen achter verbouwingen. Enkel de noordelijke toegang, de zogenaamde Donkere Poort, zo genoemd omdat ze erg vervuild was door de fabrieken bleef als gebouw grotendeels bewaard.

De stad Gent kocht het de katoenspinnerij op in 1976 waarna in 1983 de afbraakwerken begonnen. Enkel het stoommachinehuis en de fabrieksschouw bleven bestaan. Beiden zijn als monument beschermd en kregen een stevige opknapbeurt. Nadat “Loods 13” van het Beeldhouwerscollectief het gebouw enkele jaren als beeldhouwersatelier gebruikte kwam het in 1999 in privéhanden.

Op de vrijgekomen gronden verrezen een 15-tal privéwoningen en 4 appartementen.

De hele buurt rond het Prinsenhof ademt de erfenis van Keizer Karel, die voor de Gentenaars een bijzondere plaats in hun geschiedenis inneemt. Vandaag is de Gentenaar trots op zijn geuzennaam ‘Stroppendrager’.

Met opgeheven hoofd en een strop om de hals kijkt het standbeeld van de Stroppendrager naar het Prinsenhof, geboorteplaats van Keizer Karel, én naar Karels standbeeld op het Prinsenhofplein. Deze man knielt niet nederig, maar draagt de strop met fierheid.

Het standbeeld van Keizer Karel is een schenking van de Spaanse Keizersstad Toledo aan de geboortestand van Keizer Karel. Het werd in 1966 ingehuldigd op het Prinsenhofplein.