Bargiebrug

De Bargiebrug, met links de Zuidkaai en rechts de Bargiekaai had een zeer toepasselijke naam gezien de Bargen hier hun eindpunt hadden voor de aanleg van de Coupure. Sommige oudere Gentenaars noemen deze brug “Phenixbrug”, naar het gewezen nabijgelegen metaalbedrijf “De Phenix”.
Eertijds was buiten de Brugse Poort of Waalpoort de Bargiebrug de enige oeververbinding over de Brugsevaart. Het was een smalle brug die doorgang verleende naar de stad. Veerbootjes werden ingelegd voor een vluggere oversteek.De Bargiebrug was het vertrek- en eindpunt van de Bargie. Hier lag de vroegere eindkom van de Brugsevaart en was de Brugsevaart op zijn breedst.
Begin 1700 steeg geleidelijk het watertransport door toenemende handel ten gevolge de oprichting van verschillende handelscompagnieën. Na het graven van de Coupure kwamen er in 1753 overal draaibruggen te liggen. Het beroep van bruggendraaier kwam zo tot stand.
De eerste, beweegbare, brug ontstond in de loop van 1753 na het graven van de Coupure. In die tijd werden al de vaste bruggen door draaiende vervangen. Voordien was hier de eindkom van de Brugse Vaart. De eerste vernieuwing werd uitgevoerd in 1800, een tweede volgde in 1824. In 1877 werd ze vervangen door een eerste metalen draaibrug die in 1912 als eerste van Gent elektrisch werd bewogen. Deze draaide in het midden van de stroom. (zoals de Wondelgembrug).
Bij de Brugse Poort waren er naast de 2 ophaalbruggen ook de brug aan de Vesten nl. de Aardewegbrug. De langste brug met een bruggegat van 36 voet lag buiten de Brugse Poort “rechtover den Appel” en  moet op de plaats van de Bargiebrug hebben gelegen. “Den Appel” was een afspanning, brouwerij en boerderij die de gehele bocht in beslag nam op het einde van de Phoenixstraat tot aan de Leiekaai.
In 1932 rezen er plannen voor een nieuwe Bargiebrug schuin tegen de stroom in. Dit was uniek gezien de ligging van de vorige bruggen aldaar. Onteigeningen waren het gevolg en het duurde tot 19 mei 1935 voor de officiële opening van de brug die op 21 januari dat jaar reeds in gebruik was genomen.
De oorlog had net als 32 andere bruggen in Gent tot gevolg dat ze werden opgeblazen bij de inval van de Duitsers in mei 1940. Gelijktijdig met de nabijgelegen Contributiebrug betekende de krachtige ontploffing voor tientallen woningen de afbraak. Een houten noodbrug zorgde tot in 1949 voor de verbinding tussen beide oevers.
De huidige brug lag er half maart 1950 om op 17 mei 1950 officieel geopend te worden. Kostprijs: een kleine 223.000 € (8.990.000 fr). Daar de werken aan de Ringvaart nog in de beginfase zat was het nodig een vrije hoogte van 4.15m te voorzien voor de scheepvaart.

De “Bargie” was een trekschuit getrokken door paarden die op de trekweg langs de oever liepen. Iedere morgen, in de zomer om 6u en in de winter om 8u, vertrok er één uit Gent en Brugge voor het transport van mensen en goederen.
In Aalter was er een korte stop voor de wisseling van de paarden. Dit van 1623 tot 1838. De eerste boten waren 17m lang, 2m hoog en 3.5m breed. Na 1781 waren de vernieuwde boten 25m lang, 2.5m hoog en 5m breed.
Toen in 1838 het vervoer per spoor zijn intrede deed bleef verdween het personenvervoer per boot. Het goederentransport bleef bestaan tot in 1908.

Bij het verzamelen van foto’s en documentatiemateriaal heb ik onder andere gebruik gemaakt van beeldmateriaal uit de collectie van archief Gent. Via onderstaande link kom je op hun uitgebreide site:

https://beeldbank.stad.gent/

Voor de beschrijving van huizen en straten verwijs ik naar
https://beeldbank.onroerenderfgoed.be/images?text=gent

 Voor de teksten verwijs ik naar https://ghendtschetydinghen.be/