17 N.V. la Louisiana

(1805-1957)

Adres (huidig): Guldenvliesstraat 17

Adres (Wegwijzer): Kerkstraat & Brugsepoort

GPS-coördinaten: 51°03’38.4”N 3°42’27.0”e

De N.V. La Louisiana werd een Naamloze Vereniging in 1876, maar het bedrijf op zich ontstond in 1805. In 1957 werd het samen met N.V. Texas de N.V. Loutex. Vandaag is de Sint-Lievens Technologiecampus gevestigd op deze site. Enkele bedrijfsgebouwen zijn hiervoor hergebruikt en bewaard.

Voormalige katoenfabriek De Smet, later zogenaamd "La Louisiane". Het eerste bedrijf, de katoendrukkerij van François De Smet, werd opgericht in 1799, juist buiten de toenmalige stadsvest aan het Rabot en in de buurt van een Leietak en de oude Lieve.

Reeds uitbreidingen in 1803, 1804, 1810 en in 1811 oprichting van een katoenspinnerij zogenaamd "La Louisiane" met mechanieken geleverd door L. Bauwens. In 1820 drijfkracht door middel van een stoommachine. In 1826 oprichting van een gelijknamige katoenweverij en blekerij. Belangrijke vergrotingswerken circa 1840. Wordt in 1875 N.V. "La Louisiane". Eind 19de en begin 20ste eeuw opnieuw uitbreiding van het complex. In 1932 onder beheer van J. Voortman van de N.V. "Texas". Door fusie met laatst genoemde in 1957 nieuwe benaming "N.V. Loutex". In 1967 fusie met N.V. UCO. Stopzetting van het bedrijf en aangekocht door het bisdom Gent voor de inrichting van de technische school KIHO, sedert 1979 in gebruik genomen. Van de oude technische fabrieksinstallatie bleef niets bewaard, de gebouwen zijn verlaten en met sloping bedreigd.

De oudste gebouwen bevinden zich in de bocht van de Victor Frisstraat. Volgens bouwaanvraag van 1802, gesigneerd Josse Fermandt, oprichting van een katoendrukkerij met gevel in neoclassicistische stijl van elf traveeën en twee bouwlagen onder schilddak. Rechthoekige centrale poort en twee zijrisalieten van twee traveeën afgelijnd door hoekbanden. Met uitzondering van de halfronde venstertjes op de gelijkvloerse verdieping van de zijrisalieten, rechthoekige vensters, op de bovenverdieping met doorlopende lekdrempels. Thans drie bouwlagen hoog met gedichte vensters op de tweede bouwlaag.

Aan de binnenplaatszijde een U-vormig geheel vormend, met begroeide gevels voorzien van rechthoekige muuropeningen.

Links ervan, voormalige spinnerij (?) en magazijn, lange lijstgevel van zeventien traveeën en drie bouwlagen met rechthoekige vensters op lekdrempels. Op penanten rozetankers. Oorspronkelijk één bouwlaag en tien traveeën met linker poorttravee daterend van 1804, reeds in 1810 onder leiding van J.B. Van de Cappelle verbouwd. De aanvankelijk halve benedenvensters werden verlaagd in 1853 en verhoogd in 1900. In 1838 aanvulling van de gevel met vier traveeën. Aan de achterzijde reeds midden 19de eeuw met talrijke aanbouwsels. Circa 1910 wordt de achterbouw (met atelier) uniform gemaakt en vermoedelijk van een bovenverdieping voorzien.

Nog bestaande aanbouwsels van voor 1860 overwelfd met zadeldaken met houten hangspant.
De oude weverij dateert van 1826, wederopgebouwd in 1840-41, werd aan de noord- en zuidkant vergroot in 1860 en aan de westkant uitbreiding onder raekemdaken in 1882.
Oudste, oostelijke gevel met gedichte rondboogvormige muuropeningen waartussen rozetankers, verhoogd met vlakke blinde bovenverdieping onder plat dak. Dicht bij recentere uitsprong behouden traveeën onder raekemdaken en drie vensters met metalen roedeverdeling in empire getinte stijl.
De uitbreiding van 1860 vertoont aan de zuidkant een gevel van drie bouwlagen met op bovenverdieping gedichte rondbogen. De gevels toegevoegd in 1882 zijn blind en afgewerkt met rondboogfries. Aan de zuidkant drie topgevels onder zadeldaken met opengewerkte benedenverdieping en gedichte bovenbouw. Aan de westkant met dezelfde metalen roedeverdeling als hierboven.
Spinnerij. Vermoedelijk in zijn huidige vorm daterend van 1882 met latere aanpassingen, misschien met oudere kern van 1860.
Massief rechthoekig blok van vier bouwlagen onder plat dak met rechthoekige onderverdeling. Op begane grond voormalig magazijn met sporen van toegemetste rondbogen. Overwelfde ruimten met troggewelven op ijzeren zuilen.
Twijnderij (ten zuiden). Opgericht in 1893 en uitgebreid in 1910 naar ontwerp van architecten Lietard & Forest (Tourcoing). Rechthoekig blok van drie bouwlagen onder plat dak van het Manchestertype met hoger opgetrokken traptoren. Gevels geritmeerd door venstertraveeën onder ijzeren I-latei met rozetversiering en bekroond door een rondboogfries. In traptoren op bovenste verdieping waterreservoir, op de gevels aangegeven door blinde oculi.
Binnenruimten met ijzeren profielbalken rustend op gietijzeren zuilen met vleugelkapiteeltjes.
Ten noorden van het terrein werd een grote oppervlakte bebouwd circa 1898-1900. Mengzaal en zaal met klopmachines, uitziend op de Victor Frisstraat. Gebouw van twee bouwlagen onder vier raekemdaken.
Gedichte rechthoekige vensters in verdiepte nissen. Binnenruimten voorzien van drie rijen gietijzeren gevleugelde zuilen als ondersteuning van ijzeren profielbalken.
Groot gebouw voorpreparatie ten noordoosten, één bouwlaag hoog onder raekemdaken van circa 1900.
Ketelhuis in dezelfde bouwstijl, uitgebreid ten zuiden circa 1910. De hoge fabrieksschouw ernaast is gedateerd 1898.
Aan de straatkant werd in 1907 nog een katoenmagazijn aangebouwd met blinde geritmeerde straatmuur van vijfentwintig traveeën naar ontwerp van de industriële architecten Lietard & Forest (Tourcoing). In hetzelfde jaar verbouwen deze architecten ook de twijnderij (zie supra).

FAMILIE DE SMET –Alvorens in Loutex op te gaan, was LA LOUISIANE, nabij het Griendeplein, eigendom van de familie de Smet. Gestart aan de Burgstraat, richtte François de Smet – met de hulp van Lieven Bauwens – een spinnerij op, die vanaf 1799 aan het Griendeplein bij het Rabot en het huidige Gebroeders de Smetstraat gevestigd was. Onder het beheer van hun zonen, de broers Pierre-François (1774-1860) en Jean (1784-1869) – vooral Jean – nam het bedrijf een grote expansie..

In 1875 veranderde de naam van de ‘de Smet-fabriek’ tot ‘Louisiane’. De Louisiane smolt in 1957, onder impuls van Jacques Voortman, samen met diens Texas tot Loutex – één van de pijlers van de fusie tot UCO.  De andere pijler was de Union Cotonnière, die na WOI ontstaan was uit de fusie van Galveston, Desmet-Guéquier en de Filature de Hemptinne. In de jaren zestig was het tijd voor een nieuwe, beslissende fusie. Loutex fuseerde met e Anciens Etablissements Textiles Fernand Hanus en de Union Cotonnière in 1967 en werd UCO.

Op de plek van de Louisiane staat nu hogeschool Odisee – voorheen KAHO – Sint-Lieven. Het oorspronkelijke ‘Manchester‘ fabrieksgebouw is nog duidelijk herkenbaar in een gebouw in de achterliggende tuin.