Zoo Humains 1913

Het koloniaal leven in de ‘zoo humains’ van de Wereldtentoonstelling in 1913 trok internationale bezoekers naar Gent. Wist u dat Filipijnen en Senegalezen hier gedurende acht maanden hun brousse-levensstijl na-aapten?

Na een bewogen overtocht uit het gekoloniseerde Senegal, bereikten in april 1913 150 inboorlingen ons land. Kort daarna kwamen een 50-tal Filipijnse Igorot-indianen aan wal. Ze kregen de opdracht hun dorp na te bouwen. Ze stampten de aarde aan, trokken hutten op, waarbij het dorpshoofd de grootste kreeg, en bouwden zelfs een schooltje voor de kinderen. Een omheining van dik koord hield ze als apen in een kooi.

Het leven zoals het is?

Ze hadden veel succes, die ‘zoo humains’. Er viel altijd wat te beleven. Of ze vlochten manden, of pletten rijst. Dan voerden ze weer oorlogsdansen uit waarbij de heuveltjes van de Filipijnse wilden vrolijk op en neer gingen. Hoewel de halfnaakte Filipijnen voor meer sensatie zorgden, waren de Gentenaren meer gesteld op de Senegalezen. De Afrikanen spraken Frans, wat de drempel behoorlijk verlaagde. Daarbij liepen ze gekleed, wat volgens de stroppendragers hun tucht en reinheid weerspiegelde.

De impresario’s van de ‘zoo humains’ wisten goed hoe het publiek te lokken. Ze namen bewust enkele zwangere vrouwen mee naar Gent want een geboorte zorgde voor goede publiciteit. Op 22 augustus 1913 zag Mamadou Lam het levenslicht onder de Belgische zon. De internationale bezoekers repten zich naar het Senegalees dorp voor het exotisch doopfeest. De Marabout of groot-priester hield de plechtigheid in de moskee van het dorp. De katholieke toeschouwers gaven de baby een peter en meter. De heer Chonus en Mevrouw Buchet waren de gelukkigen. Ook de Filipijnse baby, Flandria bijgenaamd, kreeg Belgische doopouders.

Hoe goed ze hun levensstijl ook na-aapten, ze waren hier niet thuis. De vuurtjes die ze stookten waren niet opgewassen tegen de barre weersomstandigheden die ze niet gewend waren. Op 18 oktober is het Senegalees dorp in rouw: Madi Diali is gestorven. Ook de Filipijnen verloren enkele kameraden. Bemafshek stierf tijdens de overtocht naar Gent. Timiteg stierf op 19 augustus aan tuberculose.

De exotische gasten boden veel plezier aan de Gentse meisjes. Vooral de Filipijnen vielen in smaak. Stiekem, maar met rode wangen blikten ze naar de halfnaakte gespierde mannen. De Gentse schrijver Karel van de Woestijne (1878-1929) pende over het gebeuren naar zijn vriend Herman Teirlinck (29 juli 1913):

 “Gelukkig doen zich wel eens in die tentoonstelling gebeurtenisjes voor, die mij meer interesseren dan, bijvoorbeeld, flirts van Gentsche meisjes met menschetende negers, of de luid-uitgesproken woede van professoren in de aesthetica voor Fransch neo-impressionisme (ik zal u de ‘chronique scandaleuse’ van onze World’s Fair maar niet verder opdisschen). …”