25 N.V. La Lys

(1838-1960)

Adres (huidig): Groenevalleipark

Adres (Wegwijzer): Leikaai 92

GPS-coördinaten: 51°03’20.8”N 3°42’19.5”e

De Vlasspinnerij La LYS was de grootste vlasspinnerij van Gent. Gesticht in 1838 bleef het bedrijf telkens groeien en innoveren.  La LYS was het eerste Gentse bedrijf dat volledig elektrisch verlicht werd. In 1845 werd het een Naamloze Vereniging: de NV der Ley. In 1900 veranderde de bedrijfsnaam naar N.V. La LYS. Het bedrijf overleefde beide wereldoorlogen, maar moest sluiten in 1960. Daarna ging het samen met N.V. La Liève een nieuwe vennootschap aan: N.V. La LYS-Liève op de Singel 22.  Het bedrijf bestond tot kort na 2000. Op de site van de vroegere  La LYS ligt nu het Groenevalleipark. Enkel het transformatorhuis van de vroegere fabriek bestaat nog en kreeg een nieuwe invulling als restaurant/bar Volta.
Op zes juli 1838 werd La Société La Lys gesticht door enkele prominenten in de textielwereld zoals Felix de Hemptinne, De Gandt-Vanderschueren, Pierre Rosseel en Jacob van Caeneghem. Het bedrijf nam de gebouwen in van de voormalige 18de -eeuwse katoendrukkerij Durot - Clemmen.
Dit bedrijf was gevestigd aan het Hembysebolwerk, op het eilandje (tussen twee Leie-armen) aan de Nieuwe Wandeling. Al gauw werd het volledige eiland tussen de Leiearmen aan de Nieuwe wandeling ingenomen.

In 1892 was het de eerste Gentse fabriek die volledig elektrisch werkte.
Doel van La Société La Lys was het mechanisch spinnen van vlas en hennep. Vanaf het begin van de fabriek was alles modern, men begon met het uitbouwen van de stoomvlasspinnerij voor 10.000 spillen (een tot dan toe ongeziene grootte in Gent).
De spillen werden geproduceerd door de buren uit de Phoenix, een bedrijf voor metaalbewerking op de hoek van de Phoenixstraat (opgericht in 1821 door Huyttens-Kerremans). De stoommachines werden geïmporteerd uit Engeland en de stoomketels kwamen uit Génève.
Ondanks de crisis in de vlasnijverheid en de sociale en politieke onrust bleef het bedrijf gestaag groeien. Nog voor 1845 moest het bedrijf, om te kunnen voldoen aan de stijgende vraag, het aantal spillen verdubbelen.
In 1864 werd wegens plaatsgebrek aan de overkant van de Leie-arm (huidige appartementen aan de Leiekaai - Vlasgaardstraat) een nieuwe uitbreiding gebouwd. Deze kreeg de naam "De Kleine Lys" waardoor het reeds bestaande gebouw al snel "De grote Lys" werd genoemd.
In 1848 maakte La Lys voor de eerste keer verlies maar deze neergang was slechts van korte duur. Twee jaar later maakte het bedrijf terug winst en werd het aantal spillen opnieuw verdubbeld.
De volgende 38 jaar bleef La Lys gestaag groeien en uitbreiden. Wanneer de fabriek in 1883 zijn hoogtepunt bereikte, nam het fabrieksterrein het hele gebied in van de huidige Groene Vallei. Enkel achteraan, waar nu grote appartementsblokken staan, was nog een park met een directeurswoning.
Tot voor de Eerste Wereldoorlog bleef het bedrijf vernieuwen en de productie opvoeren. In 1892 was La Lys het eerste bedrijf in Gent dat volledig elektrisch werd verlicht.
Begin 20ste eeuw telde de fabriek 63.500 spillen voor de vlasspinnerij en 6.400 spillen voor de jutespinnerij, er werkten bijna 3000 arbeiders, waarvan ongeveer 2000 vrouwen.
Het bedrijf kwam de opeenvolgende crisissen na de Eerste Wereldoorlog niet te boven, ondanks herhaaldelijke inkrimpingen en fusies met andere bedrijven. In 1960 sluit dit monument van de Gentse textielnijverheid definitief de deuren.

Het bedrijf kwam de crises na de Eerste Wereldoorlog net zoals de meeste textielbedrijven niet te boven en stopte definitief in 1960.
De gebouwen werden in 1964 gesloopt en het voormalige fabrieksterrein werd omgewerkt tot een stadspark. Enkel het transformatorhuis gebouwd door architect Jan-Albert De Bondt werd gespaard; het werd in 2010 verbouwd tot restaurant L.a Lys voluit Société Linière La Lys was een Belgisch textielbedrijf gelegen in de Brugse Poort te Gent.
Momenteel is de site het park de Groene Vallei.

 

Pier Fierlefijn uit de Brugse Poort van Gregoire Le Roy

De Phenixstraat, de hoek van de Zuidkaai – waar de bargie van Brugge haar aanlegplaats had – en, aan den overkant van de Vaart, ’t geen er rondom het oud kerkhof overblijft, dat is al wat er nog herinnert aan de Brugsche Poort uit de jaren 1840-1860.
Daar eindigde de stad, slechts door de brug en de Phenixstraat gescheiden van het open veld.
’t Was een arme wijk, alleen door fabriekmenschen bewoond. Geen winkel wenkte er aanlokkelijk, nergens pronkte een gesloten burgerwoning in rentenierswaardigheid, maar werkmanshuizen, hopeloos eenzelvig, grauw en ruig schaarden zich in reeksen steeg in, steeg uit. In de week en bij dag, zag er alles dood en verlaten uit; de fabrieken hadden er het leven van opgeslorpt. Nauwelijks voelde men, van tijd tot tijd, den grond daveren onder ’t gerij van zware karren die hun vracht katoen of vlas, hotssend en schokkelend, van den dok naar de fabrieken vervoerden.
En armoe, armoe overal, niet het minst op de Leiekaai, al snapte men er – dank zij den arm van de Leie die de spinnerij “La Lys” omspoelde – wat meer lucht dan in de andere muffe straatjes.
Daar woonde Pier Fierlefijn en zijn huisje was zonder twijfel het kleinste uit de buurt. Een hand omhoog en ge raakte de goot; een trapken af en ge waart in de keuken, de eenige plaats van de woning: vijf stappen diep en drie stappen breed. Op het koerke, een voorschoot groot, jankte de pomp gelijk een hond, telkens men water trok. Boven de keuken diende de zolder als slaapkamer voor vader, moeder en kind; ze stikten er ’s zomers en bevroren er ’s winters.
Overschaduwd door de “Lys”, een kolossaal gebouw met zes verdiepingen en honderden vensters, met zijn poort nog groter dan de groote kerkdeur van St Baafs, leek het in nietigheid te verkrimpen. Maar wie er woonde was dicht bij zijn werk.