5. N.V. de Smet – Gueqier (1895-1919)

Adres (huidig): Oudevest 32 of Minnemeers 9
Adres (Wegwijzer): Oude Vest 32
GPS-coördinaten: 51°03’34.9”N 3°43’44.6”e

De omgeving van de Minnemeersbrug was, door haar gunstige oeverligging, als het ware van oudsher voorbestemd om tot een industriezone uit te groeien. Reeds op het Panoramisch Gezicht van Gent (1534) staat langsheen de Minnemeersgracht, één van de grootste blekerijen van de toenmalige stad afgebeeld. In de tweede helft van de l8de en het eerste kwart van de l9de eeuw was er nog steeds een bedrijf gevestigd, nl. dat van de familie Roelants, blauw- en roodververs.

De bij decreten van 1792 en 1807 aan banden gelegde wildgroei van ‘manufactures en fabriques' die binnen de oude stadskern milieuvervuiling met zich meebrachten , versnelden vanaf deze laatste datum ook hier de industrialisering. Deze verloren uithoek van de Gentse Kuip, tussen Oude Vest en Minnemeers, kreeg dus op het einde van de l8de eeuw de virus van de industriële revolutie te pakken.

In het tweede kwart der l9de eeuw werden de kleinere eigendommen van ambtenaren, middenstanders en kooplieden stilaan verdrongen door eigenaars van grotere fabrieken. Zo bouwden (verbouwden) o.a. de fabrikanten Deleu (1825), De Haenens (1827), Van Huffel (1828) en de gebroeders Vanderheggen (1843) burgerhuizen in de toen moderne empirestijl bij hun bedrijven. Zodoende werd de basis gelegd voor de industriële expansie van deze strook tussen Oude Vest en Leie,  wat in de loop van de tweede helft der 19de eeuw zou leiden tot de fusie van hoger vermelde bedríjfjes in dat van Desmet-Guequier. Het nog bestaande industrieel ensemble getuigt van een eeuw expansie van een katoenspinnerij, welke opstartte in 1850 om tenslotte, in de jaren 1960 van onze 20e eeuw, als één der bedrijven van het Union Cotonnière-concern te worden geliquideerd.

Vóór 1811-1812 blijkt nog geen sprake van een katoenbedrijf op het site Oudevest. Het grootste deel van het huizenblok tussen Oudevest en Minnemeers wordt ingenomen door (hoofdzakelijk) beluiken en bedrijfsgebouwen
Pieter Van Huffel was de eerste om op dit terrein zijn onderneming te starten. De startdatum is onbekend. In 1819 kocht hij een stoommachine. In 1830 werd naast de spinnerij ook een katoenweverij gestart. Pierre Guéquier en Ferdinand Dierman namen het bedrijf over in 1845. Guéquier kocht in 1854 zijn vennoot uit. Met zijn schoonzoon Adolphe Desmet startte hij enkele jaren later een nieuw vennootschap op. Vanaf 1864 spreekt men over de fabriek ‘Desmet-Guéquier & Compagnie’. Pierre Guequier (of Guéquier), later Paul HEBBELYNCK (of Hebbelinck), was eigenaar van katoenspinnerij Filature Desmet-Guéquier aan Minnemeers – het huidige MIAT – alsook mede-eigenaar in Galveston.

Vandaag vinden we op deze locatie het MIAT (Museum van Industrie, Arbeid en Textiel) die in de voormalige katoenspinnerij gevestigd werd. Pas in 1910 wordt dit bedrijf vermeld in de lijst Naamloze Verenigingen in de Wegwijzer. Het bedrijf was één van de zes bedrijven (vijf bedrijven in Gent en de Cotonnire Renaisienne in Ronse) die in 1919 met elkaar fuseerden tot de N.V. Union Cotonniere. De fabriek sloot in 1976.

Het MIAT, Museum over Industrie, Arbeid en Textiel, nam haar intrek in het gebouw in 1990. Het is heden verbouwd en noemt Industriemuseum

We lazen dat de voorouders van Desmet bevriend waren met Lieven Bauwens. Zou het kunnen dat we met dezelfde voorouders als die van De Smet (-de Naeyer) te maken hebben, ook al wordt de familienaam anders gespeld? Immers, gestart aan de Burgstraat, richtte François de Smet – met de hulp van Lieven Bauwens – een spinnerij op, die vanaf 1799 aan het Griendeplein bij het Rabot gevestigd was.