Beluiken vijfde wijk

De vijfde wijk situeert zich rond de Blandijnberg. Er worden hier 18 beluiken besproken. Deze situeren zich in de Kanunnikstraat, Rozendaalken, Benedictijnenstraat, Kraaistraat, Overpoortstraat, Voetweg, Hebbrechtstraat, Hoveniersberg,Voorjaarsstraat,Speelmanstraat, Veergrep, Rozier en de Percellestraat.

In de vijfde wijk kom je het steegbeluik langs een hellend vlak tegen. Dit type ligt in de Veergrep, de Hebbrechtstraat en de Percellestraat. In de helling zijn soms trappen ingebouwd en het niveauverschil tussen de huisblokken is merkbaar.

In de Veergrep hangt een eenvoudige muurkapel ipv de oorspronkelijke daterend van juni 1832 bij de cholera-epidemie. Het is een halfronde constructie met drieledig vensterglas en op een hangende console. Het bevat een madonna als koningin met kind Jezus.

 

Beluik Kanunnikstraat 14-20

Dit beluik is verdwenen. Het was een afgesloten beluik met 8 woningen. Dit beluik werd onbewoonbaar verklaard en afgebroken in 1960.

De oorspronkelijke Canonyncstrate, komt niet overeen met de huidige Kanunnikstraat. Dit was de vroegere naam waar nu ongeveer de St-Amandstraat lag van voor de veranderingen 1811. Toen de St Pietersabdij een kazerne werd (1811) moesten de bewoners verhuizen naar de Canonijncstrate. Noemde toen, ten tijde van de Franse overheersing “Rue Jean-Jacques Rousseau”. In 1825 wordt de Kanunnikstraat reeds vernoemd op de kadasterkaarten.

Beluik Rozendaalken   41 -47

Dit beluikje is afgebroken en verdwenen. Is nu parking geworden.

 

Beluik Benedictijnenstraat   16 – 54         
De Rode Plankierkes

Zogenaamd naar de nabijgelegen bendictijnenabdij van Sint-Pieters. Oorspronkelijk oud straatje van het vroegere Sint-Pietersdorp, afdalend van Voetweg naar Stalhof.

Heden nog slechts eenzijdige bebouwing aan de linker straatzijde (nummer 2 tot 16 (verbouwd) en 72-74) met gecementeerde en witgekalkte arbeidershuisjes met twee bouwlagen en elk twee traveeën met repeterend schema, onder doorlopend zadeldak (Vlaamse pannen), in 1840 gebouwd. De eentonige huizenrij was bij het midden van de straat onderbroken door de toegang tot een groot, heden afgesloten en sterk verwaarloosd steegbeluik (nummer 16-20, gesloopt), zogenaamd "De Rode Plankierkens". Beluik met open karakter (parallel met de straat) daterend van 1860. Bij de bouw van dit beluik werden muurpartijen van een vroegere fabriek (van 1840) herbruikt, waarvan lisenen (soms onderbroken), en muurankers in de gevels van de rechterzijde van het beluik getuigen. Overigens gelijkaardige witgekalkte huisjes als langs de straatzijde.

 

Beluik Overpoortstraat    19 – 29            

’t poortje van Vlaanderen

Achter brede open toegang bevindt zich een eenzijdig (rechterzijde) bebouwd steegbeluik evenwijdig aan de straat (1855). Beluikhuizen van twee bouwlagen, twee traveeën (repeterend schema) onder zadeldak (pannen). Getoogde openingen (beluikt op begane grond) op hardstenen dorpel, in verankerde gewitte gevels op gepikte plint.

 

Beluik Overpoortstraat 35 – 47    OLV poortje

Zogenaamde "'t Kapelleke", breedhuis van twee bouwlagen, heden vier traveeën, met zadeldak waarop rechts een haaks zadeldak aansluit (Vlaamse pannen), uit de 17de eeuw, doch met latere aanpassingen. Heden verankerde en gecementeerde lijstgevel met schijnvoegen, muurankers met kram en krul. In de eerste helft van de 20ste eeuw gewijzigde rechthoekige muuropeningen, houten gootlijst.

Witgeschilderde, neogotische houten muurkapel uit de tweede helft van de 19de eeuw, tussen de derde en vierde travee, met gestoffeerd beeld van Onze-Lieve-Vrouw met Kind, tussen twee lantaarnen. Twee rechtertraveeën met verankerde en deels bepleisterde bakstenen achterpuntgevel.

Achter smalle overbouwde toegang (welke nog moerbalken op geprofileerde sloffen met kristusnagels en een deel van een zandstenen vensteromlijsting der oudere voorbouw toont) bevindt zich een eenzijdig (linkerzijde) bebouwd steegbeluik, loodrecht op de straat (1851). Woningen van twee bouwlagen, twee traveeën (spiegelbeeldschema) onder zadeldak (pannen). Thans rechthoekige openingen op hardstenen dorpel, in tijdens de 20ste eeuw gecementeerde gevel.

 

Beluik Persellestraat    1 -12

Naar de Leie afhellend straatje, dat begin 19de eeuw naar een veer over de Leie leidde.

Circa 1830 werden aan de rechterzijde een rij van elf arbeidershuizen opgetrokken, welke vanaf 1839 geleidelijk aangewend werden als magazijnen voor de achterliggende spinnerij Manilius & Compagnie (vandaar de bouwnaden van toegangen welke nog resten in de achtergevels van de huidige nummer 9-12 (gesloopt)); vanaf 1870 terug dienstbaar gemaakt als arbeiderswoningen.

 

Beluik Rozendaalken 7- 21

Steegbeluik (parallel met de straat) bestaande uit verankerde, witgekalkte arbeidershuisjes met twee en een halve bouwlaag en twee traveeën met repeterend schema, daterend van 1865. Rechthoekige deuren en beluikte benedenvensters. Doorlopend kordon op de bovenverdieping.

 

Beluik  Kraaistraat   17 – 19 

Weinig over te vinden

Beluik  Hoveniersberg   6 – 11 

Het zijstraatje van de Sint-Pietersnieuwstraat, de Hoveniersberg, leidt naar de Therminal en de Faculteit Economie, met zicht op de Terplatenkaai. Het oevergebied aan de Schelde was oorspronkelijk een moerassige oppervlakte — vandaar de bijnaam ‘waterstraatje’ — toebehorend aan de paters van de Sint-Pietersabdij.

De aanleg van de Hoveniersberg brengt ons terug naar de tijd van de industriële revolutie. Gent was een bloeiende industriestad met veel stinkende, hoge schoorstenen. Vooral de visserij en de textielsector hadden nood aan mankracht. Daarom werden er rond 1842 verschillende kleine achterhuisjes of beluiken gebouwd die de arbeiders dicht bij hun werk moesten herbergen, vaak in schrijnende omstandigheden. Sanitair was schaars, woningen klein en vochtig. Vaak was de fabrieksbaas dan ook nog eens de verhuurder van dergelijke woningen. De industriële revolutie kende hier haar schaduwzijde.

Veel van die negentiende-eeuwse “charme” ging verloren ten voordele van nieuwe universiteitsgebouwen in de jaren 50. Toen namen campussen langzamerhand de plaats in van de industriële complexen. In 1960 werd het eerste deel van het beluikencomplex aan de Muinkschelde gesloopt. De vrijgekomen grond werd ingepalmd door het ultramoderne gebouw van de Faculteit Economie en Bedrijfskunde, en andere universitaire faciliteiten. 
Aan de linkerstraatwand zijn er nog enkele kleine industriële gebouwen te bespeuren, zoals een overgebleven schouwsteen en een blinde bakstenen muur met een poortje dat toegang verleent tot een tuin met een zestiende-eeuwse lusthof, het zogeheten “Emmaüskasteeltje”. Dit was een plek waar bezoekers van de abdij tijdens hun tocht eventjes konden rusten. Deze gebouwen zijn beschermd tegen afbraak. Aan de rechterwand van het steegje zijn er nog een zestal gerenoveerde beluiken overgebleven. Ook de originele toiletten op het buitenkoertje bleven — met steun van Monumentenzorg –- intact. In 1996 werd de hele Hoveniersberg beschermd als stadsgezicht.

 

Beluik   Veergrep    2 – 12  en  1- 17   ‘t Vlooiengevecht

Vanouds bekende zijsteeg van de Kortrijksepoortstraat met sterk dalend straatniveau naar de Leie toe. Straatje in trapvorm met centrale ijzeren leuning. Tijdens eerste kwart 19de eeuw reeds aan weerszijden met arbeiderswoningen bebouwd. Op het braakliggende terrein rechts achteraan met heden enkele muurresten en verder een spontane vegetatie bevond zich (een volledig ingestort) driezijdig bebouwd pleinbeluik met open zijde naar de Leie gericht.

Een van de huizen is voorzien van een muurkapel met gestoffeerd Mariabeeld, in 1832 door de gebuurte opgericht in het beluik als dank omdat ze gevrijwaard bleef bij een cholera-epidemie.

 

Rozier  1- 5         de Vreese beluik       cite ouvrier

De linkerstraatwand van de Rozier vormde de begrenzing van het, in 1848 ontworpen, "Cité Ouvrière" ook "De Vreese Werkmanskwartier" genoemd naar ontwerp van architect Leclerc-Restiaux, met monumentale ingang op de Blandijnberg. Dit beluik zal op zijn beurt verdwijnen in 1935 en vervangen worden door universitaire gebouwen: de "bibliotheek" met dominerende boekentoren en het "Hoger Instituut voor Kunstgeschiedenis en Oudheidkunde", op de hoek met de Sint-Hubertusstraat (nummer 2), naar ontwerp van architect Henry van de Velde.