Beschrijving van de gebouwen van het Zuidstation

Het neo-klassiek stationsgebouw  werd gebouwd  naar de plannen van de spoorwegarchitect Auguste Payen (1801-1877).

Het zuidstation bestond eerst enkel uit twee hoofdgebouwen aan weerszijden van de sporen: in het oosten het reizigersgebouw en in het westen de goederenloods. De sporen waren overspannen door een driebeukige hal.

Aan de noordzijde was het station oorspronkelijk  een open ruimte, met draaischijven voor de locomotieven en een octrooigebouwtje,  afgesloten door een hekwerk.

De hoofdingang van het Zuidstation maakte deel uit van een sterk benadrukt middengedeelte met één verdieping. Een colonnade van 4 Toscaanse zuilen op een bordes van enkele trappen hoog, stond voor de dieper gelegen ingangsdeuren.

De bovenverdieping van de hoofdingang omvatte een zuilengalerij met 4 Korintische zuilen. De gehele middenpartij werd met een driehoekig fronton bekroond.

De zijpartijen hadden enkel een gelijkvloerse verdieping en waren bovendien met een borstwering  versierd. Dit rechthoekig gebouw werd met een tweede verbonden door 3 afzonderlijk overdekte hangars.

In 1852 werd de hoofdgevel van het zuidstation bekroond met een bronzen beeld. Deze allegorische figuur met lauwerkroon in de ene hand en met de andere hand steunend op een schild met gouden leeuw op zwart veld  stelt België voor en dus niet de Maagd van Gent.