De spoorlijn uit Mechelen bereikte Gent via de Muinkmeersen die tot 1796 toebehoorden aan de monniken van de  Sint-Pietersabdij.
Het voorstel om langs daar de stad binnen te komen had als groot voordeel dat het kopstation op wandelafstand  zou liggen van het stadscentrum.

Het Graaf Van Vlaanderenplein  met het station werd aangelegd rond 1847 bij de oprichting van de Zuidstatie en heette oorspronkelijk Stationsplein.

De platanen boorden toen twee rechthoekige prieeltjes af met langs weerskanten een fontein voor de ingang van het station. Tot op het einde van de jaren 1920 was het Zuidstation de toegangspoort tot de stad.

Op 28 september 1837 werd de sectie van de ‘Yserenweg van Dendermonde op Gent’ plechtig ingehuldigd in aanwezigheid van koning Leopold I en talrijke genodigden.
Bij de inhuldiging was het zuidstation niet veel meer dan een terrein waarover een aantal sporen liepen en enkele gebouwtjes zoals een wachthuisje, een bagageruimte, een technische loods en een waterreservoir . In 1838 werd de spoorweg Gent-Mechelen verlengd tot Brugge en verbonden met Kortrijk (langs mijn straat). Vanaf 1842 wordt aanvang gemaakt met plannen voor een prestigieus station dat in 1849 was voltooid