Heins Armand.       
(Gent, 01.08.1856 - Gent, 25.12.1938)

 

Befaamd Gents tekenaar, ook schrijver. Hij stamde uit een artistieke familie; zijn vader Nicolas Heins baatte als zelfstandig drukker-lithograaf een winkel uit in de Brabantstraat 7 (nu Brabantdam). Zijn oudere broer Julien (1855-1910) werd componist-musicus, zijn jongere broer Maurice (1860-1936) advocaat en later stadssecretaris van Gent.
Heins genoot zijn opleiding in Gent en vervolmaakte zich in de jaren 1881-1882 in Frankrijk en Italië. Op een kort verblijf in Sint-Martens-Latem na, woonde en werkte hij zijn hele leven op diverse plaatsen in Gent. Vanaf 1880 werd hij medewerker van het Franse tijdschrift L’Illustration en van 1890 tot 1925 ook van La Flandre Libérale. Hij droeg niet enkel tekeningen bij, maar deed bijvoorbeeld ook aan sociale berichtgeving over de Borinagestakingen. Een van zijn bekendste tekeningen uit die periode  is “Le militant Anseele haraguant la foule sur la Place Saint Pierre à Gand” (april 1893). Vanaf 1922 werkte hij mee aan Gand artistique. Op de Wereldtentoonstelling in Parijs in 1889 haalde hij een bronzen medaille voor “Un coin de la grande boucherie à Gand” (1883).

Hij studeerde aan de Gentse Academie voor Schone kunsten (1867-1879) en werd in 1876 opgenomen in het Kunstgenootschap, dat vanaf 1879 de Cercle artistique et littéraire zou heten. Daar aan de Sint-Jansvest in Gent had hij een atelier, later ook in het “Rolleken”, de afgedankte stadsgevangenis. Zijn “bureel” vestigde hij (tot 1910) in de Onderstraat, naast het Ryhovesteen, waar hij in een later ingericht atelier samenwerkte met kunstenaars als Emiel Claus, Fernand Scribe, Jenny Montigny, Albert Baertsoen, Gustave den Duyts e.a. In 1930 vestigde hij zich in een eigen “abri Nicole” aan de Ganzendries 24, waar hij op zijn 75ste  nog een retrospectieve van eigen werk organiseerde.
Als veelzijdig graficus was Heins bijzonder onderlegd in de lithografie en het etsen van geliefde bouwvallige plaatsjes, maar zelfs de circussen die Gent aandeden en de Gentse dierentuin vonden in Heins een trouwe bezoeker; zo schetste hij vanop op de toren van de Sint-Pieterskerk de dierentuin in vogelperspectief.
Ook als schilder-decorateur was hij zeer bedrijvig. Hij schilderde de ingewerkte medaillons in de stukwerkdecoratie en de grote allegorische voorstellingen van de Zittingzaal in de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letteren (Huis Van Oombergen) aan de Gentse Koningstraat. Ook decoreerde hij de muren van de Lakenhalle, de monumentale traphal van het Provinciegebouw (in september 1944 verdwenen), de grote zaal van de Handelsbeurs, enz.
Vanaf 1880 organiseerde Heins jaarlijks een kunsttentoonstelling in Gent. Hij werd ook de eerste directeur van het Museum van Sierkunsten in de Jan Breydelstraat.
Voor de Wereldtentoonstelling 1913 te Gent was Heins nauw betrokken bij het restaureren van het Gravensteen (Le château des comtes de Flandre, 1907) en de Patersholwijk. Tijdens de eerste Wereldoorlog ontwierp hij de Gentse noodmunten, later het monument “het Moorken” ter ere van de gebroeders Vandevelde in het Citadelpark. Hij werkte mee aan de reproducties van verschillende oude plannen van Gent en schreef vele artikels over Gent. Door zijn historische interesse werd Heins ook lid van talloze verenigingen zoals de Stedelijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van Gent, de Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde van Gent en de Koninklijke Academie voor Archeologie van België.
Hij stierf op kerstdag 1938 en werd bijgezet op de Westerbegraafplaats (graf nr. 9804, met “afgeknipte” hoeken, intussen geruimd). Zijn kunstzinnige erfenis kreeg door toedoen van toenmalig stadsarchivaris Henri Nowé een onderkomen bij talloze Gentse instellingen, maar ruim 1000 werken werden ook openbaar geveild.
Van Armand Heins in actie bestaat een mooi schilderij door Théo van Rysselberghe die hem in 1881 in een boomgaard in Melle, schrijlings op een karretje, portretteerde. Een kwarteeuw na zijn dood kreeg Heins’ werk langzaam aan grote waardering via tentoonstellingen en herdrukken van publicaties. In de wijk Nieuw Gent werd een straat naar Armand Heins genoemd (tussen Ottergemsesteenweg en Harelbekestraat).

Gentse werken

Heins maakte honderden lithografieën, tekeningen en etsen van Gentse locaties met historisch-architecturale waarde (Oude hoekjes van Gent, 1899) in een realistisch-romantische tekenstijl, waarmee hij ijverde voor het bewaren en verspreiden van het lokale erfgoed. Hij getuigde daarover: “Van menigen tocht, in de omgeving van Gent ondernomen, kwamen we met schetsen terug. De Assels (bij Drongen) en de toen waarlijk landelijke weiden buiten de Kortrijksche- en buiten de Heuvelpoort, hadden geene geheimen voor ons. De oude kleine hoeven dier voorgeborchten zagen er bepaald verrukkelijk uit.”
Ook ontpopte hij zich tot een self-made (kunst)historicus, o.a. over het stadsgezicht op het Lam Gods-schilderij: Une vue de Gand, peinte par Hubert van Eyck (1907).
In augustus 1932 schreef hij zijn jeugdherinneringen aan Gent neer: over het Sint-Pietersstation, de Kouter, de Reep, de dierentuin… In 1941 gaf Paul de Keyser een hommagealbum “aan den verdienstelijken medeburger Armand Heins” uit, waarbij diens Franstalige, lange gedichten over Gent in A Gand, notes et croquis (1894) onder de titel Gentsche psalm werden vertaald. Ze handelen zowel over de archeologisch-iconische stad als over specifieke gebouwen als het Gravensteen, het Belfort en de Sint-Baafsabdij