Jacob van Artevelde

Jacob van Artevelde (1290-1345) was een lakenkoopman, makelaar en bezitter van uitgestrekte eigendommen en behoorde tot de gegoede burgerij in Gent. De familie van Jacob van Artevelde woonde op de Kalandeberg. Hij kreeg met zijn tweede vrouw, Katelijne De Coster, 4 kinderen, waaronder Filip van Artevelde. In die periode was Gent met bijna 60.000 inwoners en een oppervlakte van 640 ha na Parijs de tweede grootste stad boven de Alpen.

In de Frans-Engelse twist voerde Jacob van Artevelde eerst een neutraliteitspolitiek, wat Vlaanderen economische en financiële voordelen opleverde. Op binnenlands vlak streefde Jacob van Artevelde een beleid van politieke en sociale verzoening na. Alle gewichtige maatregelen en verdragen, en zelfs zijn eigen beleid, liet hij door het volk bekrachtigen. Hij bewerkte ook een stedenverbond tussen Gent, Brugge en Ieper en hij sloot eveneens op 3 december 1339 een verdrag met Brabant en Henegouwen. Begin 1340 gaf hij de neutraliteit op. Met Engeland ging Jacob een militair, politiek en economisch-financieel verbond aan. Hij beloofde de Engelse Koning financiële steun in zijn oorlog tegen Frankrijk. Vlaanderen werd meegesleurd in de oorlog tussen Frankrijk en Engeland en was op die manier verzekerd van tientallen jaren ellende. Dit werd Artevelde niet in dank afgenomen. Geleidelijk aan kwam er meer en meer verzet tegen de politiek die Artevelde voerde. Hij werd ervan beschuldigd Engeland een te grote invloed op Vlaanderen te laten uitoefenen. In 1343 diende Jacob naar Engeland te vluchten nadat hij van eedbreuk was beschuldigd. Hij keerde terug naar Gent in 1345. Op 2 mei 1345, “Quaden Maandag”, vond op de Vrijdagmarkt een veldslag plaats tussen de wevers en volders. Naderhand lag de markt bezaaid met honderden lijken, terwijl vluchtende volders in de Leie verdronken. Twee maanden later werd Artevelde in de Paddenhoek vlakbij zijn woonst op

In 1863 krijgt Artevelde zijn bronzen standbeeld op de Vrijdagmarkt. Voordien stond op deze plaats lange tijd het standbeeld van Keizer Karel. Het standbeeld van Artevelde werd door de Gentse kunstenaar Petrus de Vigne-Quoy ontworpen en is 11 meter hoog, de sokkel inbegrepen. Het werd gegoten door “de Compagnie Anonyme des Bronzes de Bruxelles”. Bij de plechtige inhuldiging waren Leopold I en zijn zoon aanwezig. Op de sokkel van het standbeeld zijn het wapenschild van Artevelde en de wapenschilden van de 52 Gentse ambachtsgilden te zien. Op de hoeken van het standbeeld kun je vier zittende vrouwen zien. Deze dames stellen respectievelijk Vlaanderen, Gent, Brugge en Ieper voor. Op de zijkanten en de achterkant van de sokkel zijn de taferelen uitgebeeld van de drie belangrijke verdragen die Artevelde heeft gerealiseerd Het Verdrag met Engeland, met de zustersteden (Ieper, Brugge en Kortrijk) en met Brabant en Henegouwen.  Het zwaard (2meter 30 lang en 100kg) is een tijd verdwenen geweest. Er werd een replica van gemaakt. Nadat studenten het echte zwaard terugvonden, kan je nu de replica bezichtigen in de wapencollectie van het Gravensteen.

 

Standpunt richting Baudelostraat

 

Standpunt richting Torentje

 

Standpunt richting Keizershof

 

Standpunt richting  Bond Moyson

 

Hij staat soms wat verloren tussen kramen en tenten. Hij pronkt soms groots en plechtig over de Vrijdagsmarkt. Onlangs opgeblonken blijven duiven en meeuwen op zijn kop kakken. Jacob is veelvuldig gefotografeerd.

Bijzonder vond ik het hiernavolgend fragment uit een boek van Pieter Frans van Kerckhoven

“Gedichten en balladen” gedrukt in 1846.

Het is een klein deel van een gedicht over Jacob van Artevelde 

………..

Wie is de leider? – Gentsche burgers,
Ziet gy hem in uw midden niet,
Ziet gy niet die u verlossen,
U helpen zal uit ’t naer verdriet?
Ziet gy hem ’t oog tot God niet heffen,
Ziet gy het vuer niet van zyn blik;
Ziet gy zyn breede borst niet zwellen,
Zyn mannenborst, ontbloot van schrik?

 ’t Is Artevelde! Gentsche burgers!
’t Is Artevelde! Ziet gy daer
Hem niet den fieren, trotschen schedel
Verheffen in uw breede schaer?
Hy zal uw steun, uw leidsman wezen,
Hy, burger, redt der burgren oord;
Hy zal uw heilig regt don gelden:
O Vlaming, luister op zyn woord! 

……..