Baertsoenkaai

Leiekaai in het verlengde van de Bijlokekaai tot de Coupure, afgelijnd rond 1882, beplant met platanen en voorzien van gedateerde gietijzeren meerpalen (18-83), doch slechts bebouwd begin 20e eeuw met het creëren van de nieuwe wetenschappelijke instituten van de Rijksuniversiteit. Ze werden ingeplant in de onmiddellijke omgeving van het Burgerlijk Hospitaal van de Bijloke, dat volgens de wet van 1835 in dienst moest staan van de opleiding van de Klinische beroepen aan de Rijksuniversiteit.

 

Albert Baertsoen was de zoon van een Gents textielnijveraar. Het lag voor de hand dat hij in het familiebedrijf zou stappen, maar hij werd kunstschilder. Gustaaf den Duyts bracht hem zin voor schoonheid en poëzie bij en Jean Delvin heel wat techniek. Tussen zijn twintigste en zijn tweeëntwintigste verbleef Baertsoen in het Waasland en de streek van Dendermonde, waar hij de landschapsschilderkunst leerde kennen. Later vertoefde hij aan de kust en in Parijs, waar hij zich vervolmaakte aan de Académie Roll.
De Eerste Wereld Oorlog bracht Baertsoen in Londen door, waar hij zich liet inspireren door de oevers van de Theems. Baertsoen zijn stijl mag worden omschreven als noordelijk impressionisme : zijn palet is wat somber, de sfeer eerder weemoedig en het licht diffuus. Hij maakte vooral naam met de Gentse stadsgezichten, rivieren en kanalen bij mistig weer en onder sneeuw.
Vijftig jaar na zijn dood werd hij in 1972 door het Gentse museum voor Schone Kunsten herdacht met een retrospectieve van bijna tweehonderd schilderijen, tekeningen, etsen en litho's.