Achtervisserij

Het eiland tussen de Nederschelde, langsheen de Achtervisserij, en het Visserijkanaal is het resultaat van een menselijke ingreep in het midden van de 18e eeuw. Aan de oostelijke kant van het eiland wordt de oever ‘Visserij’ genoemd, met aan de tegenover liggende oever: de Ferdinand Lousbergskaai. Aan de westelijke kant van het eiland loopt een wandelpad met de naam ‘Achtervisserij’. Vertrekkende vanaf de twee bruggen, loopt aan de tegenover liggende oever het wandelpad ‘Jongenstragel’ dat halverwege in de Koepoortkaai uitmondt en eindigt aan het zwembad Van Eyck.

Toen werd parallel met de Schelde een kanaal gegraven dat het Visserijkanaal werd genoemd. Een jaar eerder werd de Schelde op die plek rechtgetrokken. De smalle strook grond tussen beide waterwegen groeide tegen het einde 18de eeuw uit tot een industriële zone. Er hadden zich, voor die tijd, belangrijke bedrijven gevestigd. Aan de oever van de Lousbergskaai, en in mindere mate aan die van de Visserij, bouwden de industriëlen hun huizen. Tot midden 19de eeuw lagen  hun fabrieken aan de oever van de Achtervisserij, waar de Nederschelde loopt.

De vraag rijst waarom er een kanaal werd gegraven in de 18eeeuw, aangezien al een waterweg bestond?

Het had met energiewinning te maken. In de 18e-19e eeuw werd de meeste energie voor de fabrieken opgewekt met molens die werden aangedreven door windkracht of door paardenkracht. Beide energiewinningsystemen hadden een inherent probleem. Als het niet genoeg waaide, leverden de windmolens weinig of niets op, en paardenkracht gaf in ieder geval al weinig rendement.

Maar men kwam ook op het idee om het getijdenverschil op de Schelde te benutten. Twee keer per dag was er een meter tijverschil. Dat is de reden waarom er parallel met de Nederschelde een kanaal werd gegraven. De fabrieken die tussen de beide waterlopen stonden, konden energie winnen, als gevolg van het tijverschil, à rato van één meter, dat zich twee maal per dag voordeed.

Een ondergronds kanaal verbond het Visserijkanaal met de Nederschelde. Bij hoog water werd zoveel mogelijk water binnengelaten in het Visserijkanaal. Door middel van schotten verhinderde men dat het water vroegtijdig terugvloeide. Bij laag water liet men het over molenraderen terugstromen naar de Nederschelde. Op die manier ontstond een betrouwbare krachtbron als aanvulling op de wind- en paardenkracht. Hoewel groen, ging deze energiewinning blijkbaar gepaard met een groot rommelend geluid, waardoor de Visserij ook de bijnaam ‘rommelwater’ kreeg.

Verwerkt naar uitleg persblog.be

 

Tussen de Koepoortkaai en de Tweebruggenstraat komt op enige afstand van de oever een lint van groene eilanden die gefixeerd worden tussen houten paaltjes. Ook deze eilanden krijgen een aantrekkelijke beplanting. In totaal gaat het om een lengte van +/- 250 meter.