Mageleinstraat

De Mageleinstraat is een aantrekkelijke en gezellige winkelstraat als één der oudsten in Gent. Mede door zijn centrale ligging aansluitend op drukke winkelstraten en verbindingswegen is het één van de drukst belopen straten.

Eertijds was deze straat in het traject van de Kalandeberg inbegrepen. Die liep nl. van het St.-Baafsplein tot aan de woning van Jacob Van Artevelde meer bepaald Kalandeberg nr. 7.
Over de betekenis van Magelein valt te redetwisten maar aangenomen wordt dat in eerste instantie de naam is afgeleid van Marjolein, een bloem of specerij.

Echter, in een akte uit 1680 zou er een adellijke heer met naam “Major Leyne” hebben gewoond. Van toeval gesproken.

Hier woonde ooit horlogemaker Karel Nolet die in 1852 een eerste uurwerk op elektriciteit plaatste op de hoek met de Bennesteeg. Al vlug zouden Brussel en Marseille volgen.

Karel Nolet (1818-1887) was als stadshorlogemaker de uitvinder van het systeem om de uurwerken elektrisch van op afstand door middel van een centrale moederklok te bedienen. Hij kreeg in 1852 de toelating van het Gentse stadsbestuur om een honderdtal elektrisch bediende uurwerken te installeren. Het voorbeeld vond vlug navolging over gans Europa.
Op 6 december 1854 besloot het gemeentebestuur hem hiervoor een gouden penning te overhandigen wat gebeurde tijdens een plechtigheid op 10 maart 1855. 
In de Revue Belge de Numismatique 1911 werd melding gemaakt van het verschijnen van volgend bericht in “La Flandre Liberale” van 29 april :
“Cabinet des médailles de la Ville de Gand, L’ Importance de notre cabinet des médailles s’accroît de jour en jour, grâce à l’activité de son zélé conservateur et aux nombreux dons et dépôts faits par des amateurs gantois. Les héritiers de M. Charles Nolet viennent, notamment, de déposer la médaille d’or offerte, en 1854, par la ville de Gand, à l’inventeur des horloges éléctriques. Ce souvenir est d’autant plus d’important, que les Français prétendent encore que le premier cadran électrique fut placé, par Bréguet, en 1856, sur le Pont-Neuf, à Paris. Notre concitoyen Nolet l’avait devancé, car sa première horloge date de 1852.”