Ferdinand Lousbergkaai

Voorheen Visserij, zoals thans nog de overkant (zuiden) genoemd wordt, naar het gelijknamige water of Rommelwater, een coupure gegraven in 1752 parallel met de Schelde. Gaande van de Slachthuisbrug, juist voorbij de samenvloeiing van Leie en Schelde naar de toenmalige Keizerpoort . Tot het derde kwart van de negentiende eeuw gedeeltelijk versterkt met de vestingsmuren van de zestiende-eeuwse stadsversterking en gedeeltelijk ingenomen door het Spanjaardkasteel. Zogenaamd Lousbergslaan sinds 1864, na de stichting van het Lousbergsgesticht in 1861 op het toen aangelegde gedeelte van de kaai, het tracé volgend van de oude stadsmuur, ontmanteld in 1860. Tussen de doorsnee negentiende-eeuwse woningen zijn de empirewoning nummer 32 en het "Lousbergsgesticht"  een bijzondere belangstelling waard. Recentere flatgebouwen op de hoeken met de Kasteellaan en nummer 43-54, 60-89 werken schaalverstorend.

 

Het Gesticht Lousbergs

Bij zijn dood op 31 augustus 1859 liet Ferdinand Lousbergs een legaat van 400.000 Fr. na voor de bouw en uitrusting van een gesticht voor bejaarden en mindervaliden, in de eerste plaats bedoeld voor de arbeiders van zijn eigen fabriek. Kort voor zijn dood had Ferdinand zelf hiervoor de nodige grond gekocht. Het ging om een terrein van iets meer dan 1,27 ha gelegen aan de Visserij.

Ferdinands erfgenamen, de familie de Hemptinne (w.o. Ferdinands neven), weigerden in eerste instantie het legaat uit te keren en de grond over te maken aan de Commissie der Burgerlijke Godshuizen. Er waren twee koninklijke besluiten en een tussenkomst van de rechtbank voor nodig om hen hiertoe te verplichten. Op 8 december 1865 opende het tehuis zijn deuren. Er was plaats voor 40 bejaarden. Door schenkingen van verschillende personen kon dit aantal later uitgebreid worden tot 55. Enkel mannen werden tot het gesticht toegelaten.

Tussen 1909 en 1912 werd het gesticht aanzienlijk uitgebreid en gemoderniseerd. Zo werd in 1912 o.m. waterleiding en centrale verwarming geïnstalleerd. De uitbreiding moest toelaten dat ook de bejaarden van de Bijloke konden overgebracht worden naar het Lousbergsgesticht, wat gebeurde in 1913.

Lang konden de bejaarden niet genieten van de uitbreiding van het complex. In 1915 werd het tehuis in beslag genomen door de Duitsers en de bewoners geëvacueerd naar andere rusthuizen. In hun plaats kwamen er prostituees die besmet waren met venerische ziekten, en die daardoor een bedreiging konden vormen voor de Duitse soldaten. Elke woensdag en zaterdag moesten alle geregistreerde vrouwen van lichte zeden zich in het Lousbergsgesticht laten onderzoeken; als zij besmet bevonden werden, werden ze er geïnterneerd. Dit lijken er nogal wat geweest te zijn want in 1918 waren er maar liefst 1020 vrouwen (!) opgesloten in het Lousbergsgesticht. Vaak waren het armere vrouwen, alleen met kinderen, die door de oorlog geen andere uitweg zagen dan zich te prostitueren. In een vulgariserend werk uit 1920 lezen we het verhaal van een meisje van 14, besmet met syphilis, dat in het gesticht een kind ter wereld bracht. Haar eigen moeder (32 jaar) en grootmoeder (54 jaar) waren in eveneens in het Lousbergsgesticht opgesloten, beiden besmet met gonorrhoe. Het kind werd, ten gevolge van de overgeërfde syphilisbesmetting blind geboren. Naar verluidt zou het gebouw in 1917 getroffen geweest zijn door enkele bommen van een Engels vliegtuig, wat een tweehonderdtal prostituees de kans gaf te ontsnappen.

Na de oorlog deed het gebouw opnieuw dienst als rusthuis voor bejaarde mannen. Sinds 1966 onderging het complex regelmatig moderniserings- en aanpassingswerken. De meest markante verandering betreft de vervanging van het portaal door een glazen voorhangwand in 1979. Sinds 1968 worden ook vrouwen in het gesticht toegelaten.

Eind jaren 1980 werd echter duidelijk dat het gebouw niet meer aangepast was de hedendaagse normen. Een brand die het leven kostte aan een van de bewoners eind 1987 verwekte heel wat opschudding in de pers. De brandweer keurde het gebouw af. In 1988 besloot het OCMW tenslotte definitief om over te gaan tot de bouw van een geheel nieuw rusthuis en de verkoop van het oude Lousbergsgesticht. Er werd een begin gemaakt met de bouw van een nieuw RVT, 'De Vijvers' in Ledeberg, dat vandaag bijna voltooid is. Reeds in 1991 werd de capaciteit van het Lousbergs bijna gehalveerd. Zodra 'De Vijvers' geheel voltooid zal zijn (voorzien voor 1997), zal het oude Lousbergsgesticht ontruimd en verkocht worden.

Het stadbestuur heeft zich in principe akkoord verklaard om het complex over te nemen. Op het achtergelegen terrein zou een buurtpark komen, met speelmogelijkheden voor de kinderen. Het gebouw zelf zou worden doorverkocht, ev. aan een sociale huisvestingsmaatschappij. Met de buurtwerking pleiten wij ervoor een deel van het complex en het weinige wat rest van het buurtschooltje in de Tarbotstraat te renoveren en ter beschikking te stellen voor wijkactiviteiten (jeugdbeweging, hobbyclubs, kunstateliers, tentoonstellingsruimte, vergaderruimte etc.).