Bunker en Aquariumgrot

De regio rond het historische centrum van Gent heeft al eeuwen een militair karakter. In 1540 werd een Gentse rebellie tegen Keizer Karel bestraft door de bevolking te dwingen tot het bouwen van een militair fort. Het ‘Spanjaardenkasteel’ was het eerste fort met bastions in onze regio en kon tot 2500 Spaanse soldaten huisvesten. Die grote militaire aanwezigheid joeg de Gentenaars echter geen schrik aan. In 1576 belegerden ze succesvol het kasteel en dwongen ze een onafhankelijke Gentse republiek af.

In 1814 kwam Gent onder het Hollands bewind te staan en werd besloten om militaire vestigingen te realiseren ter bescherming van de stad tegen de Fransen, die nog steeds hun grootste vijand bleef. Zo werd in de periode van 1815 tot 1830 de Wellingtonbarrière gebouwd. Deze barrière bestond uit een aantal grote vestingen, verspreid over het volledige zuiden van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Oudere vestigingen werden vernieuwd, andere werden volledig vanuit het niets uit de grond gestampt, zoals de Gentse Citadel. De locatie van deze Citadel was niet zo willekeurig gekozen. Het lag zuidelijk van Gent op een vrij hoog gelegen gebied tussen Schelde en Leie, waardoor het zicht op de omgeving vrij goed was. In de loop van de 19e eeuw werd de Citadel echter volledig overbodig en werd geleidelijk begonnen met de sloop van deze gigantische, nooit volledig afgewerkte en zo goed als ongebruikte structuur.

Het verbaast dus niet dat het Citadelpark in 1938 als locatie werd gekozen voor een provinciale commandopost van de Passieve Luchtbescherming als reactie op de agressieve politiek van de NSDAP in aanloop van de Tweede Wereldoorlog. Helaas was de bunker bij de Duitse invasie nog maar nauwelijks opgeleverd. De Duitsers kwamen dus quasi op bezoek op een opendeurdag en de luchtbeschermingsdiensten namen dan ook graag de controle ervan over. De bunker speelde tijdens de oorlog een belangrijke rol voor de bezetter, onder andere door de nabijheid van de Leopoldskazerne.

Na de oorlog werd beslist om de Civiele Bescherming in de bunker onder te brengen. Tijdens de Koude Oorlog diende de bunker dan ook als het nucleaire en biologische ‘crisiscentrum’ van Oost-Vlaanderen. Met een batterij aan meetinstrumenten werd de lucht voortdurend gescreend op radioactieve deeltjes en sporen van chemische/biologische wapens. Op het einde van de Koude Oorlog verloor de commandopost zijn functie en nam de Stad Gent in 1993 het gebouw over en waarbij het ter beschikking van de Groendienst werd gesteld.
In het dienstgebouwtje van de Groendienst, dat vroeger een les- en administratiegebouw van de Civiele Bescherming was, ligt de enige overblijvende toegang naar de bunker.
Helemaal beneden – op 1,20 meter onder het straatniveau – ligt de ingang naar de bunker, die bestaat uit drie opeenvolgende stalen deuren. De eerste twee deuren waren bedoeld om de bunker atmosferisch af te sluiten bij eventuele gasaanvallen.
De buitenste deur is zo massief dat hij ter plekke moest worden geassembleerd.
De bunker bestaat in principe uit één hoofdbunker die gekoppeld is aan twee oudere kazematten. In de eerste kazemat bevindt zich dus de technische ruimte of machinezaal, terwijl in de tweede kazemat de rust- en slaapzalen gevestigd zijn. Het is in de betonnen hoofdbunker dat de belangrijke lokalen voor de commandopost waren ingericht. De ruimtes zijn aan elkaar geschakeld door een gang dat tussen de verschillende lokalen zigzagt.
Voorin de bunker bevinden zich ruimtes als een vergaderzaal, een communicatiecentrum, de OPS-room, etc. Het was de bedoeling dat vanuit dit Centrum voor Operaties en Tactiek, bij een nucleaire of biologische aanval op België, de situatie in Oost-Vlaanderen zou worden overzien.
Achterin de bunker bevinden zich de leefruimtes voor de bemanning. Om onverklaarbare redenen werd de originele Belgische bunker origineel opgeleverd zonder sanitair. Alle sanitair is dus geplaatst door de Duitse bezetter.
Een van de weinige bovengrondse kenmerken van de bunker zijn de ventilatieschachten. Deze werden gebruikt om lucht uit de bunker af te voeren. Verse lucht werd niet van buiten aangezogen maar werd vanuit de grond gehaald. Via roosters in de vloer werd de lucht uit de ruimtes afgezogen terwijl er via een ventilatiesysteem opnieuw gefilterde, verse lucht kon worden binnengebracht in de lokalen. Indien er problemen waren met de luchtvoorziening waren ook voldoende gasmaskers voorradig, die na de Koude Oorlog naar verluidt allemaal begraven zouden zijn in het park.
Wetende dat er een volledig betonnen complex onder verborgen zit, is het geen toeval dat de heuvel aan het openluchttheater de enige is die overblijft in het volledige Citadelpark

 

De Aquariumgrot.
Van de 33 aquaria waren er vier vaste en de rest was  verplaatsbaar