Dulle Griet

Dulle Griet is een monumentale, ijzeren bombarde in de Belgische stad Gent. Vanwege de oorspronkelijke rode kleur werd het kanon van oudsher ook groten rooden duyvele genoemd. De bombarde stamt uit 1431 en werd waarschijnlijk vervaardigd door Jean Cambier, de grote wapenleverancier van de Bourgondische hertog Filips de Goede. Ze werd in 1578 samen met ander wapentuig van Oudenaarde naar Gent gebracht om daar te worden gebruikt in de strijd tegen de Spanjaarden. Of het kanon werd gestolen of gekregen is onduidelijk.

Het is een zogenaamd gecercleerd kanon dat werd vervaardigd uit smeedijzeren staven waar omheen ijzeren hoepels werden gelegd. Met een lengte van 5,025 meter en (volgens metingen van de Gentse stadsdiensten) een gewicht van 12.250 kg was het een voor de tijd ongewoon groot geschut. Het oorspronkelijke gewicht is mogelijk zelfs 12.500 kg geweest, maar door de eeuwen heen is het totale gewicht door verroesting gedaald. De bombarde kon stenen projectielen met een diameter van 64 cm en een (geschat) gewicht tot 295 kg verschieten. De houten schragen waar Dulle Griet oorspronkelijk op rustte, werden in 1783 vervangen door versierde steunen van blauwe hardsteen.

Sinds 1943 is de Dulle Griet een beschermd monument. Het pleintje waar het kanon staat, is Groot Kanonplein genoemd.

 

In de 16de eeuw had Keizer Karel de stad Gent gestraft door haar versterkingen te slopen en verdedigingsmiddelen in beslag te nemen. Probleem, want eind de 16de eeuw hadden de Gentenaars kanonnen en schietgeweren nodig om zich te verdedigen tegen de Spanjaarden. Die wilden van de Gentenaars katholieke kneusjes maken. Dus trokken de Gentenaars erop uit, op zoek naar alles wat schiet, ontploft of in de richting van de Spanjaarden gegooid kon worden.

In Oudenaarde vonden ze wat ze zochten: een gróót róód kanon. Het kanon was er achtergelaten door het leger van de Bourgondische hertogen. De Gentenaars hebben het kanon dus eerlijk gevonden…

Al gauw bleek waarom het leger het kanon had achtergelaten. Het woog maar liefst 12500 kilogram (ofwel 2 grote olifanten én nog een kleintje). Het kanon werd in Oudenaarde met man en macht, maar vooral met véél moeite in een boot gehesen en naar Gent gevoerd. Eindbestemming was het St. Pietersplein, maar daar is het kanon nooit gearriveerd.

Het kanon heeft welgeteld één kogel uitgespuwd. Daarna zwaaiden de katholieke-kneusjes-in-spe heftig met de witte vlag in de richting van de Spanjaarden. Stoer, héél stoer… De kogel ligt nog steeds op de plaats waar hij toen geland is: onderaan het kanon. En het kanon zelf, dát had de geest gegeven.

Het kanon is in de loop van de jaren zo’n 250 kilogram lichter geworden door het roest. Het is opnieuw in de originele kleur geschilderd om verder roesten tegen te gaan. De houten schragen werden vervangen door een versie uit beton. En een plastic plaat moet ervoor zorgen dat het kanon niet meer gebruikt wordt als blikkenvanger of slaapplaats voor dronken studenten.

Maar wie is nu die Griet? Griet heeft er jammer genoeg niets mee te maken. Ik had jullie ongelooflijk graag verteld dat één of andere wulpse Gentse zichzelf had aangeboden als levende kanonskogel, maar zo heroïsch is het verhaal niet. Dulle Griet is namelijk afgeleid van het duitse Hölle Gerat, wat hels geschut betekent.