Standbeeld François Laurent

Het  standbeeld van Laurent op het François Laurentplein werd ontworpen door Jules Van Biesbroeck. Het standbeeld toont Laurent, rechts geflankeerd door de "Filosofie" en het "Onderwijs", links door de "Rechten van de mens" en de "Rechtsgeleerdheid". Op de rugzijde van het beeld staan de titels van de voornaamste publicaties van Laurent.

François Laurent is niet alleen een internationaal gewaardeerde rechtsgeleerde, een hoogleraar aan wie zijn oud-studenten een monument hebben gewijd, hij behoort ook tot die groep negentiende eeuwse professoren die zich maatschappelijk en politiek engageren en zo mee hun stempel hebben gezet op de Gentse geschiedenis.

Aanvankelijk leidt deze Luxemburger van bescheiden komaf, die dankzij de bescherming van machtige liberale vrienden aan de heropgerichte Gentse universiteit in 1835 hoogleraar benoemd is, een teruggetrokken bestaan, geheel gewijd aan studie en lesvoorbereidingen. Laurent publiceert aan een onwaarschijnlijk tempo artikels en boeken over recht en geschiedenis, o.a. de 18-delige Etudes de l’histoire de l’humanité. Het vierde deel van die reeks verschenen in 1856 is gewijd aan Le Christianisme, en daarin ontkent de auteur de goddelijkheid van Christus. De bisschoppen eisen dat de bevoegde minister de professor tot de orde roept en raadt alle ouders aan hun kinderen nooit aan de Gentse universiteit in te schrijven, vermits hun geloof aan het wankelen zou kunnen gebracht worden. De zaak Laurent-Brasseur, want zo gaat de polemiek de geschiedenis in, loopt af op een sisser: Laurent wordt met rust gelaten en verschijnt in de publieke opinie als de kampioen van de vrije meningsuiting. Het enige resultaat van het bisschoppelijk gekrakeel is dat de verhoudingen tussen de Gentse universiteit en de clerus voor decennia vergiftigd zijn en Laurent zich tot een zeer fervente antiklerikaal ontpopt. Hij gaat in de politiek en zal tot zijn dood de clerus en bij uitbreiding de klerikalen met artikels en brochures blijven bestoken. Maar die vinden uiteindelijk weinig gehoor: Laurent blijft om andere redenen bekend in Gent.

Vanaf 1864 zetelt Laurent in de Gentse gemeenteraad en zet hij zich in voor de materiële en morele lotsverbetering van de arbeidersklasse via de verbetering van het stadsonderwijs, het introduceren van het schoolsparen, het inrichten van werkmanskringen en van de Société Callier, waarin ook de burgerzonen hun financiële bijdrage en persoonlijke inzet kunnen leveren. Het schoolsparen, waarbij de kinderen worden aangezet regelmatig kleine sommen op een spaarboekje, beheerd door de schooldirectie, te storten, vindt navolging tot in Nieuw-Zeeland. Laurent, die als liberaal protestant zweert bij het geloof in ‘la Providence’, is ervan overtuigd dat het bijbrengen van de deugd van ‘prévoyance’ aan de kinderen, zal bijdragen tot de groei van de welvaart en de handhaving van de maatschappelijke orde. Hij bezoekt bijna dagelijks de Gentse lagere stadscholen, tot in 1884, en wordt zo bekend bij generaties volkskinderen.

Van de werkmanskringen blijven er na Laurents verdwijnen maar twee actief: Vrijheidsliefde en Geluk in ’t werk, niet toevallig deze die over een eigen, mede door Laurent bekostigd lokaal beschikten. De coöperatief en ziekteverzekering die Laurent aan de kringen wil verbinden kennen geen succes, mede wegens het verzet van de liberale kleinburgerij. Samen met Wagener en Callier heeft Laurent bijgedragen via de verbetering van het stedelijk lager onderwijs tot de vorming van een arbeiderselite waarvan later velen als militant in de Belgische Socialistische Partij zullen opduiken.