De Heilig Kerstkerk of de Sint-Salvatorkerk.

De eerste kerk van Heilig Kerst stond sinds 1072 in de omheining van de oude Sint-Baafsabdij, als parochiale kerk van het Sint-Baafsdorp, naast de abbatiale kerk die uitsluitend voor de monniken bestemd was. In 1540 liet keizer Karel de Sint-Baafsabdij en dus ook de parochiekerk afbreken, om er het Spanjaardkasteel te bouwen van waaruit de Gentenaars in bedwang konden worden gehouden. De kunstschatten en relikwieën werden in allerijl overgebracht naar de kapel van het Sint-Jacobsgodshuis, toen nog gelegen vlakbij Nieuwland. Deze ruimte bleek echter veel te klein zodat men verplicht was uit te wijken naar de kapel van de Nood Gods op de plaats van de huidige kerk.

Een nieuwe bidplaats in laatgotische stijl werd opgetrokken, in 1571 ingewijd door de eerste bisschop van Gent. In 1810-1812 werd een nieuwe voorgevel opgetrokken in neoclassicistische stijl voor de laatgotische kerk  die vermoedelijk onafgewerkt gebleven was, naar ontwerp van stadsarchitect Pierre-Jean De Broe (1761-1852). Die gevel is een van de schaarse bewaard gebleven realisaties van De Broe.

Het interieur werd eveneens in het begin van de 19de eeuw aangepast in neoclassicistische stijl, maar werd rond 1855 in vrij oorspronkelijke staat hersteld. Het koor, aangepast in de 18de eeuw, werd in 1857 voorzien van polychrome muurschilderingen naar ontwerp van Theodore Canneel (1817-1902). Binnen schilderijen van Nicolaas de Liemaeckere (17de eeuw) en glasramen van Joseph Casier (begin 20ste eeuw).

De kerk werd aan het begin van de 19de eeuw heringericht in neoclassicistische stijl en in het midden van dezelfde eeuw in neogotische stijl heringericht. De neoclassicistische voorgevel werd behouden.

Gelegen aan het kruispunt van de drukke Sleepstraat en de Doornzelestraat, is de kerk haast volledig ingesloten door huizen. Enkel de westgevel, uitziend op een rechthoekig pleintje, en een deel van de noordzijde, vrijgekomen door de sloop van verschillende huisjes in de Doornzelestraat, is nu zichtbaar. De kerk is beschermd als monument in 1943. De pastorie naast de kerk werd in 1773 opgetrokken als buitenverblijf van Govardus Gerardus Van Eersel, bisschop van Gent van 1772 tot 1778.