Sint Michielsbrug

Tijdens La Belle Epoque  heeft de St Michielsbrug brug heel wat deining veroorzaakt. Rond 1900 waren er tal van klachten van de trammaatschappij over de vertragingen die door de draaiende brug opgelopen werden. Om daaraan te verhelpen stelde het Rijk voor de bestaande draaibrug door een nieuwe vaste brugconstructie te vervangen. Het project maakte deel uit van een groter plan waarbij het Bestuur van Bruggen en Wegen een bedrag van 5 miljoen wou investeren waarin de stad maximaal 10% zou moeten bijdragen op voorwaarde dat het volledig plan werd uitgevoerd (waar onder verbeteringswerken aan de Visserij).

Ingenieur Louis Cloquet (1849-1920), die ook reeds het Postgebouw (1896-1910) en het Sint-Pietersstation (1908-1913) had ontworpen, ontwierp tussen 1904 en 1911 een stadsverfraaiingsplan voor de Gentse “Kuip”, tussen het Belfort en de Sint-Michielskerk. De uitvoering van dat plan, met inbegrip van de Sint-Michielsbrug, werd in 1913 voltooid met het oog op de Gentse wereldtentoonstelling.

Dit project lokte hevige reacties uit. De tegenstanders onderstreepten de beperkte hoogte van een vaste brug en de daaraan verbonden belemmeringen voor de scheepvaart evenals het gevaar voor steile brughellingen voor het wegverkeer dat in Gent immers niet voor een dergelijk reliëf uitgerust is.

Ook vanuit esthetisch standpunt werd het project fel bediscussieerd. Het hoogteverschil ten opzichte van het Postgebouw en het Gildehuis van de Vrije schippers enerzijds, ten opzichte van de Sint-Michielskerk anderzijds werd als wansmakelijk ervaren. De verbreding van de brug en de daarop aansluitende straten werd evenmin als een verbetering aangezien. Enkelen waren zelfs van mening dat het nieuwbouwproject minder storend zou uitvallen op de plaats van de Grasbrug.

Aangezien vooral de vertragingen veroorzaakt door de draaibrug de aanleiding vormden voor het nieuwbouwproject, werden her en der alternatieve voorstellen geformuleerd. Zo werd er  gesteld dat de moderne technologie het mogelijk maakte een nieuwe draaibrug op te richten waardoor het oponthoud zo weinig mogelijk tijdverlies zou meebrengen. Velen namen deel aan deze stadsdebat die ook politiek geladen was.

De meeste christendemocraten stonden achter het project, terwijl de felste tegenstand vanuit de liberale hoek kwam. De voorstanders benadrukten de moeilijke verkeerssituatie en dit utilitaire aspect moest in de moderne 20ste eeuw voorrang hebben op  alle esthetische beschouwingen.

Hoe dan ook, het nieuwbouwproject kwam er in 1902 werd er een onteigeningsplan opgemaakt, wat aanleiding gaf tot een hele reeks processen. Er moesten immers een hele reeks woningen gesloopt worden, waaronder de barokke pastorie/sacristie van de Sint-Michielskerk.

De eigenlijke brugconstructie is uit steen vervaardigd en heeft een breedte van 14 meter. Tot de afwerking behoren een aantal bronzen en ijzeren sierelementen. Het beeld van de H. Michiel, opgesteld in het midden van de brug, werd ontworpen door Remi  Rooms (1861-1934)en in brons gegoten door  Karel Vindevogel (1875-1952).

Naar aanleiding van de overdracht van de Sint-Michielsbrug door het bestuur van de waterwegen aan de stad Gent , werd deze brug in 1983 beschermd als monument. Helling en brug zijn niet meer weg te denken uit één van de meest attractieve gezichten van de Gentse kuip.

Artikel uit Gentblogt van Arthur de Decker