Het Wenemmaersgodshuis.

Het Wenemaersgodshuis draagt de naam van zijn stichter Willem Wenemaer. Hij was een Gents poorter en was schepen in 1312 en 1315. In 1323 kocht hij het huis Het Paradijs op het Veerleplein en bestemde het voor een godshuis. Willem Wenemaer sneuvelde in een gevecht aan de Rekelingebrug te Deinze op 21 juli 1325.  Hij werd begraven in de kapel van het Wenemaersgodshuis. Zijn vrouw Margaretha Sbrunen zal nu het godshuis besturen. In 1330 trad ze in het klooster en wat later schonk ze al haar bezittingen aan het godshuis. Ze overleed op 7 september 1352 en werd naast haar echtgenoot in de kapel begraven.

In de loop van zijn bestaan werden herhaaldelijk processen gevoerd in verband met betwistingen over de eigendom. Dit was reeds het geval bij het overlijden van Margaretha Sbrunen. Er was ook betwisting over de voogden die tot  de familie Wenemaer-Sbrunen behoorden en jaarlijks de rekeningen moesten nazien. Deze vergadering werd besloten met een eetmaal.  Er kwamen echter zo veel afstammelingen op deze jaarlijkse vergadering opdagen, zodat de uitgaven voor het maal werkelijk te hoog werden. In 1565 stelden de schepenen er een einde aan door te bepalen, dat slechts een tiental familieleden op de jaarlijkse vergadering zouden toegelaten worden.

De Sint Laurentiuskapel ontsnapte niet aan de woede van de beeldstormerij, maar in 1589 was de kapel hersteld en werd opnieuw ingewijd.

Toen onder het Frans bewind het Bestuur der Burgerlijke Godshuizen werd opgericht werd het Wenemaersgodshuis bezit van de Burgerlijke Godshuizen.

Baron Jules de Saint-Genois gaf ons een beschrijving van het Wenernaersgodshuis in het midden van de l9e eeuw. Om opgenomen te worden in het godshuis moesten de vrouwen tenminste zestig jaar oud zijn, te Gent zijn geboren en behoeftig of gebrekkig zijn. Het bestuur was toevertrouwd aan vier zusters. Elke provenierster bewoonde een klein huisje en mocht de gemeenschappelijke tuin gebruiken. ’s Zomers ontving elke provenierster 27 centimes per dag, 's Winters 32 centimes

plus drie frank voor de verwarming. De  zieke  proveniersters werden verpleegd in de infirmerie. Sommige vrouwtjes verdienden nog wat met naai- en breiwerk.

Hier volgt het verslag van A. Moyson uit 1850.

"Bij mijn jaarlijkse inspectie van de gebouwen van het Bestuur der Burgerlijke Godshuizen werd mijn aandacht getrokken door de erge bouwvalligheid van het Wenemaersgodshuis. Deze bouwvalligheid is zo ernstig, dat het me onmogelijk lijkt het gebouw nog verder te gebruiken.

1e De woningen bestemd voor de oude vrouwen zijn zeer ongezond, daar de kamers veel te klein zijn.

2e De kamertjes op de verdieping zijn erg klein en de lucht wordt er bedorven door de uitwasemingen van de latrines.

3e De infirmerie, waar thans 16 proveniersters verblijven, heeft slechts een inhoud van395 m3 of 24,75 m3 per hoofd, terwijl het minimum volume 50 m3 zou moeten bedragen. .

4e De nabijheid van de Lieve en van de vismijn, waarvan de afval een onaangename en ongezonde reuk verspreidt, zijn ook zeer nadelig.

Om deze toestand te verbeteren zouden de woningen van de proveniersters beter moeten verlucht worden en de infirmerie worden vergroot

De oppervlakte van het Wenemaersgodshuis bedraagt 1446 m2, de huizen die afzonderlijk worden verhuurd niet inbegrepen. “

Bij besluit van 14 juli 1865 van het Bestuur der Burg. Godshuizen, goedgekeurd door de gemeenteraad op 26 februari 1866 werd het Wenemaergesticht gesloten.

De Vismarkt, die gebouwd was in 1689, werd te klein. Na een lange discussie keurde de gemeenteraad met dertien stemmen tegen twaalf op 20 november 1871 een voorstel goed, waarbij de Vismarkt zal vergroot worden en ernaast een overdekte markt zal worden gebouwd,dit alles op de gronden van het Wenemaersgesticht. Op 20 oktober 1873 werd de akte getekend, waarbij het Bestuur der Burgerlijke Godshuizen aan de stad Gent het Wenemaersbeluik plus zeven huizen gelegen op het St.-Veerleplein en in de Hoge Zonnestraat (de huidige Rekelingestraat) verkocht voor 200 000 fr.

De gevel van de Vismarkt, die uitgeeft in de Rekelingestraat, werd herbouwd in 1912 naar de

plannen van architect Janssens.

Wat blijft thans nog over van het Wenemaersgodshuis?

Op het St.- Veerleplein zien we nog het poortje van het godshuis versierd met het beeld van de H. Laurentius.

In het Bijlokemuseum kunnen we de beide koperen grafmonumenten bewonderen.

Tenslotte herinnert ons de Wenemaerstraat, straat aangelegd in 1903 ter vervanging van de Oude

Molenaarsstraat, aan de rijke Gentse poorter.

Uit Ghendtsche Tydinghen 1979