Rabot

Het fortje Rabot, gekend onder de naam van "Rabat" vanwege zijn ligging op een sluis, werd gebouwd om dit deel van de vestingen te verdedigen waar bij de belegering van de stad Gent door Keizer Frederik III in 1488, de bestorming het hevigste is geweest. De eerste steen van het:'rabat bachten walle" werd gelegd op 13 juni 1489 zoals de inscriptie in Vlaamse verzen, gebeiteld in twee stenen die ingevoegd zijn aan de buitenzijde van het gebouw, het ons leert. Dit versterkt bouwwerk, gebouwd in Balegemse steen, bestaat uit twee dikke ronde torens verbonden door een rechthoekig gebouw dat hangt over de Lieve, en dat, bij middel van een valhekken toeliet het varen op deze waterloop te belemmeren. De gebouwenbestaan uit een souterrain en een gewelfde benedenverdieping, daarboven zijn zolders. Het dak van de torens is conisch; dat van het centraal gedeelte wordt langs beide zijden gevormd door een trapgevel. De muren zijn doorboord door 35 schietgaten en 28 kleine venstertjes. Het Rabat werd gerestaureerd in 1860; maar om de brug te verbreden heeft men het ongelukkig idee gehad een deel van de voorgevel van het hoofdgebouw weg te nemen. De waterloop die achter het Rabat liep werd gedempt in 1872. Het valt te betreuren dat men toen het onderste gedeelte van de constructies die in de grond bedolven zitten, niet heeft vrijgemaakt, zoals men komt te doen voor het Gravensteen. Zoals het nu bestaat, vormt dit verdedigingswerk een interessant specimen van de militaire architectuur van de XV e eeuw. 

Het Rabot werd opgericht door de Gentenaars in 1489, als gevolg van de belegering van de stad door Keizer Frederik 111 en zijn zoon Maximiliaan. Een inscriptie, in reliëf gebeiteld in twee blauwe stenen, geplaatst aan de buitenkant van het hoofdgebouw met trapgevel, herinnert er aan.

Tussen de twee inscripties bevindt zich een schild met de Gentse leeuw, gebeiteld in een witte steen.

Algemeen wordt aanvaard dat het woord "Rabot" een vervorming is van het Franse woord "rabat'-', wat "sluis" betekent. Eens voltooid werd deze kleine vesting verhuurd aan particulieren. De functie van sluismeester werd in aanbesteding gegeven. Gedurende de Franse bezetting werd het Rabot "nationaal bezit" verklaard, samen met zo veel andere gebouwen. De Stad kreeg evenwel gelegenheid zijn eigen goed weer aan te kopen. Het Rabot heeft in de loop der jaren talrijke bestemmingen gekend. Van 1820 tot 1825 werd een deel ervan gebruikt als kruitmagazijn en niet zelden lag er meer dan 5.000 pond buskruit opgestapeld. In 1830 werd er een ijskamer ingericht, een ander deel van het gebouw werd betrokken door een bureau van het Stadsoctrooi.

 

Op 27.5.1488 had de keizer te Evergem een leger samengebracht van twintigduizend Duitsers, anderen zeggen veertigduizend, om ermede naar Gent op te rukken en de stad binnen te vallen langs het noorden. Duizenden inwoners van Gent, al diegenen tussen de zeventien en zeventig jaar, zelfs vrouwen, die in staat waren tot werken, werden te vier- . klauwe opgeroepen om een hogen, aarden dam op te werpen, wat in drie dagen gebeurde. Juist aan die kant was de stad het slechtst te verdedigen. Het Duitse leger kwam dan af om Gent te belegeren en in te nemen, maar na een beleg van veertig dagen, moesten ze op 8.7 .1488, zonder resultaat en met bebloede koppen afdruipen ! Ook op andere plaatsen gelukte het hun niet de stad binnen te dringen. Dit gebeurde dank zij de weerstand en moed van de Gentse gilden en ambachten, zonder de vrouwen te vergeten, overal om hun taaie krijgslust zeer bekend en gevreesd. De kanonniers hadden zich zó duchtig geweerd en er maar op los geschoten, dat ze na de gevechten de toelating kregen zich te verenigen in een wapengilde : de "Sint-Antoniusgilde", die dan in de zeventiende eeuw en later haar lokaal had in het nog bestaande, prachtig en groot gebouw aan de Sint-Antoniuskaai, tot voor kort een tehuis voor oudere vrouwen.

Kregen de Gentenaars om hun taaiheid en koppigheid na de opstand tegen Keizer Karel in 1539, de bijnaam van Stroppendragers, minder is bekend dat ze in de zestiende eeuw nog een andere hadden: Crabbenisten, wat in het Middennederlands: ruziemakers, vechters betekent.

Op de plaats wáár de Drie Torekens werden gebouwd, was er op de Lieve reeds een sluis : het Rabat te Sersanderswalle, dit was de vroegere naam van Hof ten Walle en later Prinsenhof dicht ertegen. De versterkte sluis werd opgetrokken naar de plannen van een "erfscheedere" der stad, wat landmeter betekent. Terzelfder tijd werden de Drie Torekens verbonden met de Brugsepoort en de Muidepaart door nieuwe wallen en grachten, die breed en diep waren. Het monument werd door de Franse republikeinen verbeurdverklaard en met vernieling bedreigd. Gelukkig werden de Drie Torekens door de stad in 1807 teruggekocht om als ornament te dienen voor de huidige laan.