Carels Acec

In 1838 sticht Charles-Louis Carels een bescheiden werkplaats van mechanische constructies aan de Tichelrei. Later vestigt hij zich aan het Meerhemkanaal, om zich in 1863 tenslotte te vestigen aan het Dok. Daar neemt hij intrek in de voormalige gebouwen van de Imperial Continental Gas Association. Wanneer Charles Carels overlijdt in 1875 nemen zijn twee zonen, Alfons en Gustaaf, de zaak over en specialiseren zich in brandstofbesparende stoommachines. In 1894 wordt een exclusief licentiecontract ondertekend met Rudolf Diesel voor het uitbaten van Belgische brevetten voor dieselmotoren. In 1902 bouwt men de eerste Belgische dieselmotor van 500PK, de krachtigste in de wereld.

Gustaaf Carels is de grote man binnen het bedrijf. Hij is anti-klerikaal, liberaal en doet aan sociaal dienstbetoon. Hij zorgt onder andere voor een cité voor zijn werknemers waar ieder beluikje zijn eigen toilet heeft en richt bij dat beluik ook een school op. Dergelijke sociale maatregelen van fabrieksbazen zijn in die periode zeldzaam. Gustaaf wordt trouwens ook verkozen als voorzitter van de Maatschappij der Wereldtentoonstelling van Gent in 1913, maar hij haalt de tentoonstelling niet. Gustaaf Carels overlijdt in 1911.

Tijdens Wereldoorlog I wordt de fabriek aangeslagen door het Duitse leger. Na de oorlog bleek het familiekapitaal te klein om de fabriek alleen terug over te nemen vandaar dat een NV wordt opgericht. In 1920 ziet de familie zich echter genoodzaakt om hun aandeel te verkopen aan een Franse en Amerikaanse groep die de oude NV omvormden tot de ‘Société d’Electricité et de Mecanique’ (SEM). In het SEM-tijdperk wordt voor het eerst ook aan elektrische apparatuur gewerkt. In 1934 neemt het bedrijf zijn grootste concurrent, Van de Kerchove op de Coupure, over.

Ook tijdens WOII eisen de Duitsers de fabriek op. Door de inactiviteit tijdens de oorlog loopt het bedrijf een achterstand op qua technologie en gaat de verkoop van de Carelsmotor achteruit. Ze leggen zich dan ook - samen met ACEC- snel toe op de elektrificatie van de spoorwegen. In 1961 komt het ook tot een fusie tussen SEM en Atelier Central d’Elektricité de Charleroi.

In 1989 sluit ACEC zijn deuren en worden stukken van het terrein verkocht. Een deel wordt overgenomen door Asea Brown Bovery en een deel door Pauwels International N.V. Pauwels blijft er nog tot 2003 werkzaam, maar moet dan ook als laatste zijn deuren sluiten.

 

Op het plein van Dok Noord is een beeld van een ijzergieter opgedoken. Kunstenaar Enca Caen maakte het in 2002 als hommage aan de arbeiders van machinebouwer Usines Carels Frères, dat er vroeger huisde. Het is voorlopig een maquette in polyester, maar de kunstenaar hoopt dat de bronzen versie ooit een plek krijgt op de site.