Bank van de arbeid

De ‘Belgische Bank van de Arbeid’ werd op initiatief van de socialistische politicus Edouard Anseele opgericht op 1 maart 1913 als socialistische financiële instelling. Het neoclassicistisch bankgebouw in de Voldersstraat werd na de Eerste Wereldoorlog gebouwd naar ontwerp van architect Oscar Van de Voorde, met medewerking van zijn broer Albert. De bouwaanvraag werd op 31 januari 1921 goedgekeurd. De constructie werd opgetrokken door de socialistische coöperatieve ‘Samenwerkende Maatschappij der Bouwwerklieden’ in samenwerking met aannemer Ch. Vereecke. Op 10 maart 1923 werd het nieuwe bankgebouw in gebruik genomen. Op 28 maart 1934 sloot de bank haar deuren. Het gebouw werd verkocht aan de Belgische Staat en ingericht als kantoorgebouw voor ‘Het Bestuur der Registratie en Domeinen’. In 1950 werd aan de achterzijde een uitbreiding aan het gebouw toegevoegd.

Het bankgebouw beslaat het volledige perceel tussen de Kalandenstraat en Paddenhoek. De symmetrische gevelcompositie telt zeven traveeën en drie bouwlagen onder een mansardedak (leien) met talrijke oeils-de-boeuf en dakkapellen en zijgevels van vier traveeën. De monumentale lijstgevel is opgetrokken uit Euvillesteen op een plint van simili-graniet. Architect Oscar Van de Voorde koos voor een typisch naoorlogse classiciserende ‘bankstijl’ met een monumentaal en pompeus voorkomen die de economische heropleving na de Eerste Wereldoorlog uitstraalt. De architectuur wordt getypeerd door een plastische gevelbehandeling dankzij de decoratieve bouwwijze en de bouwsculptuur. Geblokte penanten markeren de begane grond die voorzien is van rechthoekige getraliede vensters. De toegangspoort en de koetspoort van glas en ijzer zijn gevat in licht uitspringende risalieten met een bekronend gebogen fronton en worden gemarkeerd door een door consoles opgevangen balkon met twee siervazen. Bovenbouw met verticaliserende geleding. De middenpartij wordt op de bovenverdieping geritmeerd door Ionische halfzuilen. Het hoofdgestel was oorspronkelijk versierd met tweetalige opschriften: ‘Belgische Bank van den Arbeid’ en ‘Banque Belge du Travail’.

Brede uitspringende hoekpenanten zijn verrijkt met bouwsculptuur ontworpen door beeldhouwer Geo Verbanck (1881-1961). Vijf bas-reliëfs stellen het werk in de landbouw, de mijnbouw, de textielindustrie, de metaalnijverheid en de bouwnijverheid voor. De penanten worden bekroond door beeldengroepen van putti. Deze symboliseren de industrie, de handel, de scheepvaart, de wetenschappen en de kunst.

De zijgevels in de Kalandestraat en Paddenhoek zijn stilistisch eveneens opgevat in navolging van het achttiende-eeuwse classicisme, weliswaar voorzien van een soberder reliëfversiering.

Het interieur getuigt van een totaal ander karakter dan de gevelafwerking. De detaillering van het interieur verwijst naar de functionalistische richting verfraaid met ornamenten neigend naar de art deco en andere eigentijdse stijlelementen. Ook totaalconcept is typerend. Het oorspronkelijke meubilair werd vervaardigd door de Ateliers Fortuna.

De planindeling en binneninrichting beantwoordt volledig aan de publieksfunctie van het gebouw. Kenmerkend voor de bankinstelling zijn: de ondergrondse kofferzaal en bewaring van de depots, de centrale lokettenzaal met statietrap en omlopende galerij op de verdieping, en de ruime vergaderzalen op de bovenverdieping. In het rechtergedeelte van het gebouw was een conciërge- en directeurswoning ingericht, die bestond uit een eetkamer verbonden met een opmerkelijke rookkamer in moorse stijl, en een salon met op de verdieping een slaapkamer met neoclassicistische inrichting. Rijke interieurafwerking met houten lambriseringen, marmeren vloeren, trappen en schouwen, glas in lood en glastegels, en accenten in smeedijzerwerk.