Augustijnenklooster.

Vermoedelijk in 1295 vestiging van de eerste augustijnen in een huis genaamd "ter Capellen", gelegen in de wijk de Briel op de hoek van de Lange Steenstraat en de Geldmunt, volgens de traditie geschonken door Gerelmus Borluut en gelegen nabij een kapel, gewijd aan Sint-Stephanus, welke aanvankelijk dienst deed als kloosterkerk. Eigenlijke stichting van het augustijnenklooster, volgens een bewaarde oorkonde van de bisschop van Doornik, op 24 november 1296 waarbij toestemming verleend wordt tot het bouwen van een klooster en kerk.

De kerk behield het patroonschap van de Heilige Stephanus en bleef afhankelijk van Sint-Michielsparochie en Sint-Martinus-van Ekkergem. De familie Borluut bleef tot in de 18de eeuw het augustijnenklooster begunstigen. Klooster geplunderd en vernield in 1566 en 1578. Na de openbare verkoping van 1582 afgebroken met uitzondering van de keuken en refter, laatstgenoemde werd omgevormd tot herberg en bruiloftzaal "het Craeyken". Augustijnenorde in 1584 hersteld, refter voorlopig ingericht als kapel. Wederopbouw van de kloostergebouwen op kosten van de stad Gent naast het verwoeste klooster. Kloosterkerk begonnen in 1606, noordelijk kloosterpand in 1621, westelijk, oostelijk en zuidelijk kloosterpand in 1622. Kloostergebouwen verbouwd van 1653 tot 1668 en uitgebreid tot 1722. Oude refter en kapittel pas in 1675 gesloopt. In 1609 oprichting van een college waar de augustijnen twee eeuwen onderwijs verschaften. Nieuw college in barokstijl opgetrokken in 1737, huidige Academie voor Schone Kunsten. Afschaffing van de kloosterorde in 1796, kloostergebouwen door de paters in 1797 opnieuw aangekocht. In 1809-1810 werd het klooster opgeëist als militair hospitaal. De kerk was vanaf 1803 een succursale van de Sint-Salvatorparochie. De sinds 1582 bestaande afgesloten doorgang tussen de kloostergebouwen en -hovingen werd in 1812 verbreed en geopend tot een openbare weg tussen de Augustijnenkaai en de Sint-Margrietstraat, de zogenaamde "Zweerdstraat". Het klooster werd in 1815 door de paters verhuurd om er twee katoenfabrieken in op te richten. Herstelling van de kloosterorde in 1834. De brand van 1838 teisterde de kerk en ook het klooster, waarop belangrijke herstellingswerken volgden. Heden is een gedeelte van de kloostergebouwen ingericht als studentenkamers. Het huidige klooster beslaat slechts een derde van zijn oorspronkelijke oppervlakte. Thans wordt het namelijk begrensd door de Academiestraat in het noorden, de Sint-Margrietstraat in het oosten, de Lievestraat in het zuiden en de Augustijnenkaai aan de Lieve in het westen. Voorheen strekten de tuinen en hovingen van het klooster zich uit tot de Kriekerij.