Storm in de Walpoortstraat 1936

Bijzondere foto. In februari 1936 werd ten gevolge van hevige regenbui dit staketsel omvergeblazen in de Walpoortstraat. Op de gevel is de horloge zichtbaar van de fabriek Mahon voor gloeilampen.

 

1. Exposition et Concours Agricoles van 1908.

Dit was een internationale landbouw expositie in het Citadelpark waar de laatste ontwikkelingen en snufjes uit de landbouwwereld werden tentoongesteld. Er was ook een wedstrijd voor het mooiste koebeest aan verbonden.

Er zijn ooit 20 kaarten in omloop geweest. Heb maar 10 afbeeldingen. Misschien heeft iemand anders de overige en wil hij/zij die delen.

 

2. Americain de Beauté. Schoonheidssalon

Deze kapperszaak ( schoonheidssalon) was gelegen in de Elisabethlaan.

Ja, om er piekfijn uit te zien moet je wel wat afzien, lijkt me uit een aantal van deze fotookes. Ik heb het gevoel dat de plaatjes geen hedendaagse reclame voor schoonheidssalon zullen zijn. Nu staan er in de beautyshops mooie dames en juffen te wachten om je verzorgen met de meest modieuze crèmes en dergelijke. Althans dat vertelt de reclame mij.

En ook de heren kwamen uitgebreid aan bod. In elk geval om geknipt te worden

3. Lodewijk van Houtte. Stoet 1910

Gent, de Artevelde- of bloemenstad. Gentenaar Louis Van Houtte (1810 - 1876) heeft met die laatste bijnaam veel te maken. Zijn tuinbouwbedrijf en -school verwierven in de 19de eeuw internationale faam. Verder was hij ontdekkingsreiziger, auteur en uitgever van een tijdschrift, directeur van de Brusselse Kruidtuin en burgemeester van Gentbrugge.

Hij stichtte een tuinbouwschool in 1849 die nadien in Melle is gevestigd.

Hij heeft een standbeeld in Gentbrugge in de straat die naar hem is genoemd en ligt er begraven.

In 1910 werd ter herdenking van zijn 100 jarige geboortedag een groot feest en bijbehorende stoet georganiseerd

4. Het spookhuis aan de Braemgaten

Het huidige François Laurentplein kan je moeilijk vergelijken met de oorspronkelijke situatie aan de reep. Enkel door het zicht op de toren en het koor van de St Baafskathedraal en het zicht op het Duivelssteen kan je de plek  herkennen..

Rond 1850 verhief zich langs het water een Louis XV -gebouw met zijn delicaat versierde gevel en driehoeksfronton, zijn tuin en een zomerhuisje.

Toen men het huis  in 1884 afbrak bij het overwelven van de Schelde, was het sedert een kwart eeuw onbewoond en totaal vervallen. Wanneer bijgelovige vrouwen er 's avonds voorbij wandelden, maakten zij een kruisteken en iedereen noemde het sedert jaren "Het Spookhuis".

Hoe komt het toch dat dit eerst zo fraaie gebouw verviel tot het ‘spookhuis aan de watermolen’.

Hier volgt het nare verhaal van de familie Vidal – Badet.

Kort na de inval van de Franse Republikeinen vestigden deze Franse ambtenarenfamilie zich in het huis. Bij hun dood erfde hun dochter Virginie het huis in 1847. Ze had uit haar huwelijk  een ziekelijk dochtertje dat aan haar kwijnende ziekte overleed op 21 jarige leeftijd  op 15 september 1850.

De ouders ontboden, uit Parijs, specialisten om het lichaam van het meisje te balsemen. Het kind werd niet begraven maar opgebaard in het huis in een houtenkist met glazen deksel zodat de moeder steeds het aangezicht van haar gestorven kind kon zien.

Hoe kan het nu dat deze moeder toestemming kreeg om haar dochter voor lange tijd op te baren in haar huis?

Er wordt beweerd dat er officieel een machtiging was aangevraagd om het lijk over te brengen naar Versailles.  Dit is echter nooit gebeurd. De moeder ontsloeg alle bedienden en leefde er meer dan tien jaren afgezonderd zonder nog ooit het huis te verlaten. Het enige kontakt met de buitenwereld was er langs een oude bedelaar die  het nodige voedsel en andere onontbeerlijke zaken kwam afleveren. De deur ging dan een paar centimeter open en de voorbijgangers zagen toen de bleke silhouet van een dame met witte haren in een lang wit kleed.

 Datzelfde witte silhouet verscheen bijna dagelijks in de tuin. Mevrouw kwam er bloemen plukken voor de kist haar kind

Tien jaar later, rond de jaren 1860 moet de Gentse politie het stilaan verdacht hebben gevonden. Ze verrichtte  een huiszoeking en ontdekte er in de rouwkapel de kist met het glazen deksel. Tien jaar na haar dood werd Angélique eindelijk begraven.

Gedurende jaren hadden voorbijgangers, 's avonds en 's nachts de kamer verlicht gezien. Het was het dansende licht van de kaarsen die Virginie rond de lijkkist had aangestoken. Urenlang wandelde de arme moeder in de zwarte kamer en het was haar schaduw die op een spook leek, die de legende van het Spookhuis deed ontstaan.

In 1861, verliet zij de woning en nam haar intrek in een hotel aan de Kouter waar zij nog een twaalftal jaren verbleef en verzorgd werd. Zij overleed er op 14 januari 1814.

Het huis, inmiddels erg vervallen, werd nooit verhuurd en nooit meer bewoond.

Bijna een kwart eeuw stond het leeg tot men het eindelijk in 1884, bij de overwelving van de Reep,

sloopte. Het Spookhuis behoorde definitief tot het verleden (werd vervangen door provinciehuis), maar de legende bleef. Een legende, hoe vreemd ook, niet uit de Middeleeuwen, maar uit de 19e eeuw.

Vrije bewerking naar een verhaal van Pierre Kluyskes uit Ghendtsche Tydinghen van 1984.

 

Geldtransport toen en nu